Geweld en agressie als rode draad.
Voordat de opvang voor straatprostituees naar de Theemsweg in het Westelijk Havengebied verhuisde waren de meeste vrouwen die de huiskamer bezochten verslaafd en/of dakloos. Hun dagelijkse leven was doordrongen van agressie en geweld. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dit zich doorzette in de huiskamer.
Bij mijn sollicitatie werd er daarom uitgebreid aandacht besteed aan het herkennen van en omgaan met agressie. Een grote mate van stressbestendigheid was één van de vereiste om te kunnen functioneren op de hectische werkvloer.
Ook was het belangrijk om situaties goed in te schatten zodat je op tijd kon reageren en de-escalerend optreden. Veel van de trainingen die voor ons en de vele vrijwilligers georganiseerd werden stonden in het teken van agressiviteit beheersing, conflict hantering en zelfverdediging. Voor mij, omdat zowel in mijn vorige banen als op de sociale academie daar nauwelijks tot geen aandacht aan was besteed, geheel nieuw.
Een goed observatie- en inschattingsvermogen waren essentieel om in de huiskamer een ontspannen en veilige sfeer te bewaren. De eerste indruk kreeg je wanneer je de deur opende om één van de vrouwen binnen te laten. De wijze waarop zij naar binnen kwam was altijd een goede indicator voor haar gemoedstoestand.
Zo kon je opmerken wat en hoeveel iemand had gebruikt, de zaken goed of slecht liepen, er bonje was op de baan of met een vriendje etc. Wanneer iemand gehaast en geïrriteerd naar binnen kwam en direct door stormde naar de huiskamer, dan kon je ervan uitgaan dat ze hoognodig toe was aan een shot of een pof.
Als één van de vrouwen direct bij binnenkomst aangaf om te willen douchen, wist je dat een controle 9 van 10 keer betrappen op gebruik betrof en dus een hoop heisa met zich meebracht En als iemand nog net even voor het naar binnen gaan een pof uit een pijpje nam dan kon je er donder opzeggen dat ze stijf van de coke de eerste de beste die haar niet aanstond van een meer dan stevig repliek zou dienen.
Andere spanningsverhogende factoren in de huiskamer hingen samen met de sfeer op de baan. Chagrijn, irritaties en/of angst door slecht weer, slechte klandizie, agressieve klanten/kijkers en opjaagbeleid van de politie werden nogal eens gebotvierd op het meubilair, personeel en andere bezoekers. Ook verscheen er met regelmaat een boze klant, opgefokt vriendje of vage pooier aan de deur, waarvan sommige desnoods met geweld zich toegang wenste te verschaffen.
Kortom, het werken in de huiskamer betekende dat je constant was blootgesteld aan (een dreiging van) agressie en geweld. Een stress die je leert te hanteren door je zeker te weten dat je voldoende instrumenten in huis hebt om dreigende situatie te keren en in geval van werkelijk geweld adequaat kan ingrijpen, er veel over te praten en bovenal jezelf en je grenzen goed te kennen.






Deelnemerslijst
Fascinerend om daar te werken.
Goed en sober opgeschreven.
Ik blijf het met interesse volgen.
.
Ik lees het. En weet dat het bestaat. Maar kan toch niet vatten hoe het er daar aan toeging.
Het lijkt me aan de ene kant lóódzwaar. En aan de andere kant: als je daar een tijdje hebt gewerkt, dan zal je je waarschijnlijk niet meer zo snel druk maken over “teen” of “tander”.
Vraag ik me wel af: krijg je daar niet een hyperongevoelige olifantenhuid van?
@ Jezzebel : Ik probeer de soberheid vast te houden. Te vaak wordt deze wereld vanuit een sensatie oogpunt belicht.
@ extranjero : Om het werkelijk te vatten moet je het kennen die wereld. Toch hoop ik dat aan het eind van de serie deze wereld ook zonder het te kennen begrijpelijker wordt. Het werken was loodzwaar en ik heb het denk ook te lang gedaan.
Een olifantenhuid heb ik niet gekregen, wel heb ik geleerd om de zaken zoals ze zijn bij de ander te laten.