Neo-Conservatisme
Index
De weg naar burgerschap volgens het CDA.
CDA kansrijk op weg naar Burgerschap met een spruitjeslucht.
CDA en Burgerschap. De valse joods/christelijke claim.
Naema Tahir omarmt het neoconservatisme en keert terug in het nest.
Ruim baan voor de NeoCons.
Keizer Bush start zijn afscheidstocht in de rijksgebieden in het Midden-Oosten
De ondergang van een wereldorde.Kaplan zijn visie op de wereld

De weg naar burgerschap volgens het CDA.
Hieronder volgt een opsomming uit de CDA-notitie “Kansrijk op weg naar burgerschap” van Mirjam Sterk en Sybrand van Haersma Buma Februari 2010
Vooralsnog laat ik het hierbij en kom morgen met een commentaar.
• De naturalisatieceremonie moet worden omgevormd naar een burgerschapsceremonie waarbij alle naturalisandi, maar ook alle 18 jarigen, vieren/markeren dat ze het (staats)burgerrecht verkrijgen. Daarbij is er een aanpassing nodig van de Verklaring van Verbondenheid.
• Alle jongeren die 18 jaar worden, krijgen allen een Grondwet toegestuurd en worden uitgenodigd bij raadsvergaderingen van de plaatselijke gemeente.
• Het kennen/beheersen van het Wilhelmus (vs. 1 en evt. 6) dient een plek te krijgen in het inburgeringsexamen.
• Aan overheidsgebouwen hoort de Nederlandse en Europese vlag.
• De Nederlandse taal hoort in de Grondwet.
________________________________________
Verankering godsdienstvrijheid en de Westerse cultuur
• De overheid heeft geen opvatting over het geloof van mensen. De vrijheid van godsdienst is even belangrijk als alle andere grondrechten. Nederland kent geen rangorde in grondrechten.
• Wie naar Nederland komt mag in vrijheid zijn geloof belijden. Tegelijkertijd komt hij in een samenleving waar de joods christelijk humanistische traditie en cultuur de samenleving kleurt. Dat betekent dat de Westerse cultuur en waarden en normen leidend zijn voor de samenleving. Van een nuancering van deze waarden en normen door de komst van andere culturen kan geen sprake zijn.
• Evenmin mag een informeel juridisch circuit ontstaan, waarin de westerse waarden en normen niet het uitgangspunt zijn. Shariarechtbanken moeten dan ook met kracht worden bestreden.
• Evenwel dienen religieuze en levensbeschouwelijke organisaties die zich betrokken tonen bij en inzetten voor maatschappelijke zaken steun vanuit de overheid te krijgen zoals dat ook voor seculiere organisaties geldt.
• Het CDA blijft het initiatief nemen tot het intensiveren van het gesprek over de rol van religie en levensbeschouwing in het publieke domein met migranten en (religieuze) organisaties van de verschillende culturen en nationaliteiten.
• Geweldloze religiekritiek is een onderdeel van een moderne samenleving.
• De overheid moet in gesprek blijven met de religieuze organisaties en hen betrekken bij het integratieproces.
________________________________________
Extremisme en fundamentalisme
• Vrijheid van godsdienst is geen vrijheid om haat te zaaien. Haatzaaiende imams moeten dan ook het land uit gezet worden. Zie hierover de nota “Alles van waarde is weerbaar”.
• Geweld dat voortvloeit uit een culturele of religieuze achtergrond zoals eergerelateerd geweld of vrouwenbesnijdenis dient te worden aangepakt en er dient goede opvang te zijn voor de slachtoffers.
• Binnen de grondwettelijke ruimte die er voor iedereen is, respecteren wij een ieder in zijn of haar religie.
• Van moslimmigranten verwachten wij dat ze oog hebben voor de joods-christelijke culturele en religieuze traditie zoals die in Nederland gegroeid is en die wij in stand willen houden.
• Op basis van de Koran en andere voor de islam heilige geschriften is de scheiding van kerk en staat binnen de islam geen vanzelfsprekendheid. Het voortgaande gesprek hierover, binnen en met de moslimgemeenschap, dient gestimuleerd te worden.
• Aandacht voor extremistische vormen van de islam, die vooral via internet aantrekkingskracht uitoefenen op jongeren, blijft van groot belang.
• De Nederlandse imamopleiding is van groot belang voor het tegengaan van de aantrekkingskracht van extremisme.
• De aanslagen van 11 september 2001 en zelfmoordterrorisme hebben het Westen en de Nederlandse bevolking geconfronteerd met uitwassen van extremisme binnen bepaalde groepen van de islam. Die excessen zullen internationaal en nationaal hard aangepakt en voorkomen moeten worden, o.a. door de inzet van de AIVD en de NCTb.
________________________________________
Bestrijding van discriminatie
• Discriminatie o.a. op grond van religie en afkomst is in Nederland grondwettelijk verboden (Artikel 1 Grondwet). Dit geldt zowel horizontaal als verticaal. De overheid en de samenleving moeten mensen gelijkwaardig behandelen.
• We kunnen niet tolereren dat religieuze/culturele groeperingen elkaar discrimineren. Gemeenten hebben daar een eigen verantwoordelijkheid in.
________________________________________
Immigratie
• De in de Wet Modern Migratiebeleid voorgestelde maatregelen moeten voortvarend worden ingevoerd.
• Het restrictieve beleid moet worden voortgezet op basis van de huidige Nederlandse uitgangspunten voor arbeidsmarkttoelating.
• Ten behoeve van de innovatieve economie wordt, via korte procedures, de komst van kennismigranten bevorderd en stelt Nederland zich open voor studenten en stagiairs.
• Misbruik van het salariscriterium bij de kennismigrantenregeling moet worden tegengegaan. Naast salaris moeten ook andere criteria gelden.
• Nederland stelt bilateraal en in Europees verband actief de beëindiging van misbruik van de “Europaroute” aan de orde.
• De taaleisen voor (huwelijks)migranten moeten worden aangescherpt.
• Nederland zet zich in Europees verband in voor verdere harmonisatie van het gezinsmigratiebeleid.
• Bij geweld tegen of achterlating van de partner moet worden verhinderd dat de immigrant opnieuw een partner naar Nederland kan laten komen.
• Huwelijkspartners kunnen pas na vijf (in plaats van drie) jaar een zelfstandige verblijfsvergunning krijgen.
• Bevorderd moet worden dat afgestudeerden van de Nederlandse opleidingen voor geestelijke bedienaren (bijvoorbeeld de imamopleiding) bij voorkeur kunnen worden aangesteld.
• Alvorens verder te gaan met circulaire migratie moeten de huidige pilots worden geëvalueerd. Belangrijk is dat circulaire migranten zowel voor Nederland/Europa als voor hun land van herkomst een meerwaarde kunnen hebben. Daadwerkelijke terugkeer na verloop van tijd is hierbij een van de voorwaarden.
• (Onbedoeld en ongewenst) beslag op sociale zekerheid moet zoveel mogelijk worden tegengegaan.
• Het ingroeimodel voor de sociale zekerheid moet worden aangescherpt.
• Om vast te stellen of een vreemdeling rechtmatig een beroep doet op de sociale zekerheid is een verbeterde samenwerking en afstemming tussen de IND, GSD, UWV en het CWI noodzakelijk.
• Snelle geautomatiseerde gegevensuitwisseling (via “Suwinet”) tussen gemeente en IND moet plaats vinden opdat gemeente en vreemdeling zo spoedig mogelijk weten waar men aan toe is.
• In gevallen waarin dit mogelijk is, moet bij beroep op bijstand de verblijfsvergunning worden ingetrokken.
• Aanspraken op bijstand moeten voor EU-burgers leiden tot verblijfsbeëindiging.
• Voor arbeidsmigranten moet strikt worden vastgehouden aan een termijn van vijf jaar waarbinnen geen aanspraak op bijstand kan worden gedaan.
________________________________________
Asiel
• De (beoogde) verbetering van de asielprocedure moet vooral worden beoordeeld op: minder tweede en volgende asielverzoeken, minder medische aanvragen, effectievere terugkeer, minder uitgeprocedeerde asielzoekers op straat, beëindiging van de gemeentelijke noodopvang.
• Aan asielzoekers die een reële aanvraag op medische gronden hebben ingediend en die om die reden rechtmatig verblijf in Nederland hebben moet opvang worden geboden.
• In de laatste fase van het terugkeer- of uitzettingsproces moet geen nieuwe aanvraag meer in behandeling worden genomen.
• Het is van belang dat erkende vluchtelingen een opleiding kunnen volgen of voltooien. Diplomavergelijking en erkenning van Eerder Verworven Competenties (E.V.C.) ten behoeve van toegelaten vluchtelingen moet sterk worden bevorderd.
• De procedures voor asielmigratie en reguliere migratie / arbeidsmigratie moeten strikt gescheiden blijven.
• Alleenstaande minderjarige vreemdelingen moeten zoveel mogelijk worden herenigd met hun ouders of familie in het land van herkomst.
• Het traceren van ouders en familie moet worden geïntensiveerd.
• Voor zover er geen ouders/familieleden zijn (te traceren) moeten in landen van herkomst voorzieningen voor minderjarigen worden opgezet (zoals de met Nederlandse steun opgezette tehuizen in Angola en DR Kongo) opdat minderjarigen daar kunnen worden opgevangen.
• In samenhang met “opvang in de regio” moet Nederland in Europees verband de invulling van ‘binnenlands verblijfsalternatief verder uitwerken, samen met UNHCR.
• Nederland moet zich inspannen om elementen van het nationaal asiel- en migratiebeleid terug te laten komen in het Europese beleid (o.a. bij herziening gezinsherenigingsrichtlijn).
• Alvorens nader te spreken over herverdeling van (de lasten van) asielzoekers/vluchtelingen moet er eerst een gemeenschappelijk Europese asielstelsel zijn gerealiseerd.
• Verdere investeringen in Frontex zijn nodig, evenals in het Europees grensbewakingssysteem Eurosur, een elektronische databank voor toezicht op in- en uitreis. Bestaande vreemdelingen registratiesystemen als Eurodac, VIS, en SIS, moeten worden geoptimaliseerd.
• In samenwerking met landen van herkomst en transit moeten illegale migratiestromen worden tegengegaan. Daarover moeten afspraken met die landen worden gemaakt en hen assistentie worden geboden.
• Er moeten geen (grootschalige) nationale of Europese regularisaties meer worden uitgevoerd. Slechts “individueel pardon” op basis van toepassing van de discretionaire bevoegdheid in schrijnende gevallen van humanitaire aard moet mogelijk zijn.
• Nationaal, Europees en mondiaal moet een discussie worden gestart over de houdbaarheid van het Vluchtelingenverdrag.
• Het concept “asielopvang, -beoordeling en -bescherming in de regio” moet, in VN-verband en met betrokkenheid van UNHCR, voortvarender worden uitgewerkt.
• Hervestiging in Europa kan aan de orde zijn bij vluchtelingen die blijvend niet kunnen terugkeren naar hun eigen land.
• Met derde landen / regiolanden moeten terug- en overnameovereenkomsten worden gesloten voor de terugkeer van hun eigen onderdanen en de bestrijding van illegale migratie. Landen in de regio moeten daartoe, in samenwerking met UNHCR, materieel en financieel worden ondersteund.
________________________________________
Remigratie
• Ter bevordering van terugkeer zijn meer gezamenlijke en gecoördineerde inspanningen van alle betrokken departementen (vooral Buitenlandse Zaken) nodig. Dit betekent: buitenlands beleid koppelen aan Ontwikkelingssamenwerking en economisch beleid, inzet van politieke instrumenten, diplomatieke druk, onder andere ten behoeve van sneller verloop van laissez-passer aanvraagprocedures.
• Ook de (al flink verbeterde) samenwerking tussen alle ketenpartners (gemeenten, IND, COA, KMar, Vreemdelingenpolitie) bij terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers is van groot belang.
• In het terugkeerbeleid moeten vernieuwende activiteiten worden ondernomen, samen en afgestemd met initiatieven van maatschappelijke organisaties, kerken, NGO’s, waarbij de relatie met OS en de inzet van OS-middelen moet worden betrokken.
• Bezien moet worden of een gezamenlijke EU-terugkeeraanpak mogelijk is, met ook aandacht voor begeleiding en nazorg na terugkeer in het land van herkomst.
• Omdat vrijwillige terugkeer voor een deel afhangt van de algemene sociaaleconomische voorwaarden, democratische ontwikkeling, eerbiediging van de mensenrechten, werkgelegenheidskansen en fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden, moet in het kader van het Nederlandse en Europese buitenlands en OS-beleid de omstandigheden in de landen van herkomst daartoe worden verbeterd.
• Omdat zij een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van hun land, moeten bij de vrijwillige terugkeer de diasporagroepen in Nederland / de EU nadrukkelijk worden betrokken.
• In Europees verband moet een inventarisatie plaats hebben van succesfactoren in de afzonderlijke lidstaten.
• De EU moet met landen van herkomst terug- en overnameovereenkomsten sluiten. Daarbij moet ook de procedure voor het verkrijgen van (vervangende) reisdocumenten beter worden geregeld.
________________________________________
Illegalen
•
• Om illegale migratie tegen te gaan is intensivering van grenscontroles nodig (zie paragraaf 2.7, Frontex).
• Mensenhandelaren, vooral degenen die zich schuldig maken aan het verhandelen en uitbuiten van kinderen, moeten hard worden aangepakt.
• Nederland moet in Europees verband streven naar een hoge strafmaat voor mensenhandel, met het Nederlandse niveau als uitgangspunt.
• In Europees verband moet worden gewerkt aan intensivering van de samenwerking en afspraken met landen van herkomst en transit.
• Er moet een “Europese pooieraanpak”komen. Daarbij moeten EU-lidstaten die bekend staan om mensenhandel-/prostitutieactiviteiten (Roemenië, Bulgarije) nadrukkelijk op hun verantwoordelijkheid worden gewezen.
• Europese samenwerking en gegevensuitwisseling zijn noodzakelijk voor een Europese “Pluk-ze”-aanpak: het in de portemonnee treffen van criminelen door ontneming van verkregen financiële voordelen.
• Bescherming van slachtoffers van mensenhandel is van belang, niet in de laatste plaats i.v.m. hun bereidheid om mee te werken aan het opsporen, vervolgen en bestraffen van de daders. Daartoe dient de B9-regeling
• Meer alertheid op signalen van mensenhandel is geboden en in verband daarmee zorgvuldige toepassing van de regeling waarbij slachtoffers van mensenhandel een tijdelijke verblijfsstatus kunnen krijgen als zij aangifte doen en meewerken aan het strafvervolgingsonderzoek.
• Misbruik van de B9-regeling moet worden tegengegaan.
• Tegen illegaliteit moet effectief kunnen worden opgetreden. Indien de huidige maatregelen op termijn niet afdoende blijken, kan alsnog worden overwogen om illegaliteit strafbaar te stellen.
• Tegen degenen die van illegalen profiteren (werkgevers, huisjesmelkers, mensensmokkelaars enz.) moet hard worden opgetreden.
• In EU-verband moeten afspraken worden gemaakt over ongewenstverklaring van EU-burgers en uitwisseling van politiegegevens.
• De voorgestelde aanpassing van de glijdende schaal kan verder worden aangescherpt, bijvoorbeeld door bij veelplegers het voorgestelde aantal van vijf veroordelingen voor een misdrijf te vervangen door twee veroordelingen waarna tot verblijfsbeëindiging kan worden overgegaan.
________________________________________
Integratie
• Na zorgvuldig onderzoek naar de beleidsrelevantie, kan de uitkomst zijn dat een bevolkingsgroep niet meer als “(niet-westerse) allochtoon” in de statistieken wordt opgenomen.
• In de huidige inburgeringscursussen moet meer nadruk worden gelegd op verantwoordelijkheden ten opzichte van de samenleving.
• Onderdeel van de inburgeringscursus wordt een verplichte maatschappelijke stage, bij voorkeur bij een instelling in het maatschappelijk middenveld.
• De eisen voor inburgering in het buitenland worden aangescherpt.
• Gestimuleerd moet worden dat externe EU-immigranten en intra-EU-migranten (en hun kinderen) die langer in een lidstaat willen verblijven, zo spoedig mogelijk na aankomst, maar bij voorkeur vóór binnenkomst in de EU, beginnen met taal- en inburgeringstrajecten.
• De EU moet stimulerend en faciliterend optreden voor het verzamelen en uitwisselen van relevante gegevens en beleidservaringen op dit gebied, ten behoeve van het ‘leren van elkaar’.
• In Europees verband moet worden gekeken naar mogelijkheden om nieuwe eisen/beperkingen te stellen aan het vrije verkeer en verblijf van EU-burgers in andere lidstaten, zoals verplichte taal- en inburgeringscursussen.
• Sterkere samenloop van integratie- en participatieplicht (via sociale zekerheidswetten).
• Kwalitatieve leerplicht (i.p.v. kwantitatieve tot 27 jaar).
• Meer verlichtend aanbieden van Summercourses voor kinderen met grote taalachterstand.
• Verplichte duale inburgeringscursussen voor moeders die geen Nederlands spreken en een kind opvoeden (verbrede leerplicht).
• Voorwaarde daarbij is dat de (gemeentelijke) overheid (en bedrijven/instellingen) zich voldoende verantwoordelijk voelen en verplicht zijn om voldoende duale trajecten te creëren.
• Gezien de eigen verantwoordelijkheid, gecombineerd met een passend aanbod is marktwerking de beste optie om taallessen en inburgering te organiseren. We blijven het eigen initiatief door marktpartijen stimuleren (met aandacht voor kwaliteitseisen).
Leren
• Het niet of onvoldoende meewerken aan inburgering (weigeren inburgerinscursusaanbod) moet (op termijn) een van de criteria zijn waaraan het verlengen van een verblijfsvergunning, of het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, wordt getoetst (als indicator van de mate van verbondenheid aan de Nederlandse samenleving).
• Er moet een honderd-procent-bereik komen van jonge kinderen met een taalachterstand. Zij dienen door voor- en vroegschoolse educatie voldoende bijgeschoold te zijn om naar het primair onderwijs te kunnen. Taalachterstand wordt hierdoor gereduceerd. Kinderen die op tweeënhalfjarige leeftijd kennis maken met de Nederlandse taal, ronden de basisschool meer succesvol af.
• In verband met het onvoldoende waarmaken van de ouderlijke verantwoordelijkheid moet worden onderzocht op welke wijze langs de weg van boetes of korting op kinderbijslag of uitkering ouders méér kunnen worden aangepakt.
• De vrijheid van onderwijs waarborgt dat ouders een school voor hun kinderen kunnen kiezen die bij hun levensovertuiging past. De mogelijkheid om een school op te richten is echter geen vrijbrief voor de inrichting van het onderwijs. Als dat onder de maat is, of de school draagt niet positief bij aan integratie, moeten scholen sneller kunnen worden gesloten. Het initiatiefwetsvoorstel van Jan Jacob van Dijk biedt hiertoe mogelijkheden.
• We steunen van harte initiatieven waarbij allochtone vrouwen verplicht taalcursussen volgen op de school van hun kind.
• Op PABO’s en Lerarenopleidingen moet meer aandacht zijn voor het communiceren met allochtone ouders.
Werken
• Betere afstemming tussen gemeentelijke sociale diensten (GSD), UWV en CWI.
• Het bevorderen en stimuleren van etnisch ondernemerschap (t.b.v. bevorderen arbeidsparticipatie en leefbaarheid wijken).
• Het verhogen van de arbeidsparticipatie onder allochtone vrouwen door gelijkberechtiging en versterking positie middels taallessen.
• In overleg met werkgevers- en werknemersorganisaties scholingsbudgetten inzetten ter ondersteuning van de zelfredzaamheid van allochtonen, bijvoorbeeld door taallessen.
• Etnische ondernemers kunnen gebruik maken van microkredieten bij het opzetten van bedrijfjes
Wonen
• Het is van belang voor de sociale cohesie en leefbaarheid te zorgen dat de middel- en hoogopgeleide allochtoon ook een wooncarrière kan maken in zijn ‘oude’ wijk.
• Woningbouwcorporaties dienen zich in te spannen om de schotels uit de wijken te krijgen en afspraken te maken met de kabelexploitanten om voldoende zenders aan te bieden voor de bewoners.
• Er wordt ingezet op experimenten met de bouw van ‘meergeneratiewoningen’. Hierdoor wordt de mogelijkheid gecreëerd om grootouders in huis op te nemen. Dit komt ook aan de wens van allochtonen tegemoet. Bovendien speelt dit in op het probleem dat er gebrekkig toezicht op de kinderen is.
________________________________________
Probleem Jongeren
• Jongeren die overlast veroorzaken – zowel allochtoon als autochtoon – krijgen een dienstplicht opgelegd die zij na schooltijd moeten uitvoeren. Zij leren zich daarmee nuttig in te zetten voor de gemeenschap. Deze dienstplicht wordt opgelegd voordat een criminele carrière ontstaat. De dienstplicht kan worden opgelegd door de Officier van Justitie in het kader van de TOM-zittingen (Taakstrafzitting Openbaar Ministerie). De dienstplicht kan ook door een rechter worden opgelegd.
• Jongeren die zich ernstig misdragen moeten stevig en effectief aangepakt worden. In speciale opvoedinstituten moet hen, in een strakke structuur, worden bijgebracht hoe ze zich dienen te gedragen. Onderwijs en arbeidstoeleiding maken onderdeel uit van het programma, evenals verplichte nazorg, gericht op het gehele gezin.
• Schade moet tot de laatste cent worden vergoed. Ouders zijn medeverantwoordelijk voor hun kinderen en moeten daarom de schade vergoeden als de kinderen dat niet kunnen. Coskun Cörüz is bezig met een initiatiefwetsvoorstel over dit onderwerp.
• Omdat dubbele nationaliteit conflicten kan opleveren in familierechtelijke of strafrechtelijke zin, moet dubbele nationaliteit zoveel mogelijk worden beperkt.
25 reacties
terug naar boven
CDA kansrijk op weg naar Burgerschap met een spruitjeslucht.
De wijze waarop inwoners deel hebben en deelnemen aan de samenleving en zo die samenleving helpen vorm geven. Burgerschap heeft een politieke, een sociale, een culturele en een economische dimensie. Zij hebben betrekking op een uiteenlopende waaier aan (burger)plichten en deugden.
Volgens het CDA is burgerschap iets wat mensen moet worden aangeleerd. M.a.w. burgerschap is niet een van nature gegeven neiging van de mens. De staat moet daar door sturend en normerend beleid een sterke rol in spelen.
Trots op Nederland
Dat Balkende zich bij de invulling van de wijze waarop burger deel zouden moeten hebben aan de samenleving stevig heeft laat inspireren door Amitai Etzioni, werd begin 2004 duidelijk in de VPRO documentaire van Tegenlicht ‘De waardenfluisteraar’. In het artikel van 22 mei 2005 Beeld van een tijdsgedrocht De gemeenschap als norm door EB v Loon wordt het gedachtegoed van Amatai Etzioni nader bekeken.
Ook in deze notitie van de CDA fractie is het stempel van Etzioni en daarmee Balkenende duidelijk aanwezig. Sterker nog het tweede hoofdstuk over burgerschap is doorspekt met citaten van deze in CDA ogen goeroe van het burgerschap.
Rentmeesters
Met rentmeesterschap bedoelt het CDA dat de aarde niet van ons is, we hebben de aarde te leen van God. Daarom moeten we de aarde goed achterlaten voor volgende generaties. En daarbij horen ook de mensen, dieren en planten die er wonen. De overheid heeft twee taken op het gebied van rentmeesterschap:
1. De overheid moet stimuleren dat mensen zich gedragen als goede rentmeesters. Bijvoorbeeld stimuleren dat mensen op straat hun rommel in de afvalbak gooien.
2. De overheid moet zelf een goede rentmeester zijn. Dit betekent dat de overheid de gaven en talenten van alle burgers moet benutten. En dat ze haar financiën goed op orde moet hebben.
Het CDA vertaalt dit op de volgende wijze naar het burgerschap :
‘In dit hoofdstuk spreken wij over burgerschap als uiteindelijk doel van integratie. Wij spreken in dit hoofdstuk niet alleen nieuwkomers aan. De rechten en verantwoordelijkheden die bij burgerschap horen gelden voor alle inwoners van ons land. Wij willen een samenleving waarin iedereen meedoet. Ieder hoort zijn steentje bij te dragen aan de samenleving als een verantwoordelijk burger. Dat past ook bij de opdracht die we als christendemocraten voelen om de aarde te bewaren en bewaken.’
De kernwaarden
De deugden en de plichten van de burger groeperen zich bij het CDA rondom een viertal kernwaarden die gegrondvest zijn in de joods, christelijk en humanistische traditie van Nederland.
‘In onze samenleving kunnen we dat verder uitwerken (aldus Van den Brink) door centraal te stellen dat we ‘ieder het zijne gunnen’ (gelijkwaardigheid), de Nederlandse taal leren en werken (zelfwerkzaamheid), participeren in het dagelijks leven en in de maatschappij (betrokkenheid) en door mensen welkom te heten in een samenleving die gekenmerkt wordt door een geschiedenis van calvinisme en de Verlichting (redelijkheid).’
De eisen aan de immigrant
Tot zover spreekt het CDA alle Nederlandse burgers aan en heeft alleen wat betreft het spraken van de taal een extra voorwaarde voor de niet Nederlands sprekende burger. Maar in de hierop volgende kopje wordt het actieve burgerschap geheel aan de immigranten en hun kinderen gekoppeld.
‘Wij zien het als een plicht van iedere immigrant om actief deelnemer te worden aan onze samenleving. Om de solidariteit en de gemeenschapszin te versterken, zet de CDA-fractie in op meer burgerschap. Op welke manier zorgen we ervoor dat de betrokkenheid bij immigranten groter wordt? Welke drempels en ‘examens’ moet de immigrant afleggen om zich burger van Nederland te weten?’
‘Respect betekent ook respect voor het land en de rechtsstaat waar we in leven. Wij zijn – overwegend – trots op ons koningshuis, op onze handelsmentaliteit, op wat we hebben bereikt ten opzichte van het water.’
De vooronderstelling hierbij is dat migranten en hun kinderen evenals baby’s dit niet uit eigen beweging zullen doen maar daartoe enige drang en dwang nodig hebben. Bovendien moeten zij zichzelf extra bewijzen door een aantal voor hun speciaal neergelegde hindernissen te nemen en certificaat van bekwaamheid te halen.
In paragraaf 6 Integratie wordt verder uit gewerkt hoe de nieuwe Nederlander tot een volwaardig burger moet worden gevormd.
Dat de het burgerschap van de oorspronkelijke Nederlander volgens het CDA ook te wensen overlaat, wordt duidelijk in het citaat dat volgt op de lijst maatregelen die ervoor moet zorgen dat we weer trots op Nederland worden.
‘Integratie moet een bewust streven van de immigrant zijn om als volwaardig burger deel te nemen aan de Nederlandse samenleving. Burgerschap is het centrale begrip. Dat vergt overigens niet alleen iets van immigranten. Het vergt iets van de samenleving die dat burgerschap moet omschrijven en het vergt iets van de Nederlanders. Immers een niet gering aantal Nederlanders voldoet ook niet aan de eisen die aan een burger van onze samenleving kunnen worden gesteld.’
Tot slot
Het problematische van het gebruik van Etzioni als inspiratiebron wil ik illustreren met de slot woorden van het eerder genoemde artikel van EB v Loon:
‘Etzioni’s zwakke denkwijze is exemplarisch voor een manier van denken die als een anomalie uit de jaren 50 onze tijd doordrenkt. De tendens tot het creëren van één zuil, de zelfopheffing in het grotere geheel en het zelfredzaamheidsdogma horen geheel en al bij elkaar. Mensen vallen in een gat en de eenvormige dwang tot plichtsbesef moet ze er maar uit zien te halen. Bestuurlijk leidt het tot een toenemend onvermogen. Geen wonder dat de burger zich onzeker begint te voelen.
We hebben hier te maken met een directe aanval op de individuele menselijke creativiteit en daarmee het scheppende vermogen van onze samenleving. Het is hoog tijd om op te komen voor het recht van mensen om zelf hun leven vorm te geven: daaruit ontstaan heel andere gemeenschappen dan de huidige beleidsmakers zich kunnen voorstellen. ‘
© februari 2010 Ina Dijstelberge
109 reacties
terug naar boven
CDA en Burgerschap. De valse joods/christelijke claim.
‘Nederland is geworteld in de joods/ christelijk/humanistische traditie. Het huidige Nederland is ondenkbaar zonder zijn aan deze traditie ontleende waarden en cultuur. Onze van generatie op generatie overgeleverde waarden en normen zijn even onvervreemdbaar als ons grondgebied. Het is belangrijk voor een rechtsgemeenschap en haar cultuur dat die verbinding tussen levensovertuigingen en religie enerzijds, en de rechtsstaat anderzijds een vruchtbare blijft.’
Bij het CDA, maar ook de PVV, SGP, ChristenUnie en VVD wordt de`joods-christelijke’ traditie verantwoordelijk gehouden voor de huidige waarden in onze samenleving. Dit is een nogal merkwaardig statement. Immers, het was de grote vooruitgang van de Verlichting en de daaruit voortvloeiende grondwet waardoor Nederlanders voortaan werden beschouwd als vrije en gelijke individuen: religie werd een privé-zaak in de grondwet van 1814.
Vanaf dat moment mengde de overheid zich, zolang de wet niet werd overtreden, niet meer in de godsdienst. Pas toen de verlichting het pleit in Nederland won, kregen we een echte rechtsstaat, waarbij ook een geformaliseerde vrijheid van godsdienst werd ingevoerd. Eindelijk mochten Rooms-katholieken en Joden in het door protestanten gedomineerde Nederland openlijk hun geloof belijden. Dat hadden ze dus te danken aan de liberale waarden, niet aan religieuze. Zaken als scheiding tussen kerk en staat, gelijke behandeling en de rechtsstaat zijn dan ook geen religieuze verworvenheden, maar komen voort uit de omarming van de uitgangspunten van de Verlichting, waarin juist de almacht van religieuze wetten werden onderworpen aan rationaliteit en vrijheid.
Van moslimmigranten verwachten wij dat ze oog hebben voor de joods-christelijke culturele en religieuze traditie zoals die in Nederland gegroeid is en die wij in stand willen houden.
Met deze eis worden moslims benaderd op het godsdienstige gedeelte van hun identiteit. Hiermee wordt het belang dat we in Nederland in de eerste plaats mensen aanspreken als vrije individuen volledig miskend. Bovendien wordt ook de positie van de orthodoxe moslims ten opzichte van de vrijzinnige versterkt. Voor orthodoxen is immers de religieuze identiteit allesbepalend en gaat vóór grondwettelijke vrijheden Dat de christelijke partijen deze houding aannemen is nog enigszins begrijpelijk. Zij zien namelijk ‘levensbeschouwing zijn essentiële pijlers voor onze samenleving’ waarbij het joods/christelijke verreweg te prefereren is. De enige verklaring voor het omarmen van zich sociaal/liberaal noemende partijen is de behoefte om een waterscheiding aan te brengen tussen de Islam.
De traditie waar Nederland echt trots op moet zijn is niet zozeer een joods-christelijke, maar een liberale, vrijzinnige traditie. Die heeft er voor gezorgd dat er een grote mate van vrijheid is voor verschillende religies en levensovertuigingen in dit land. Het is niet religie wat we delen maar onze grondwettelijke vrijheden. Het prachtige aan de vrijheid van meningsuiting, de gelijkheid van man en vrouw, en de vrijheid van godsdienst is dat ze voor iedereen gelden. De grondrechten sluiten in tegenstelling tot religieuze wetten niemand uit. Onze Grondwet zorgt ervoor dat mensen, ongeacht hun religie, sekse, seksuele voorkeur etc. zich vrij kunnen ontplooien in Nederland .
Degene die daaraan willen morrelen zijn in mijn ogen staatsondermijnend bezig.
© maart 2010 Ina Dijstelberge
55 reacties
terug naar boven
Naema Tahir omarmt het neoconservatisme en keert terug in het nest.
Van augustus tot december vorig jaar publiceerde de Volkskrant een briefwisseling tussen Naema Tahir en Andreas Kinneging. Zij namen daarmee het stokje over van het ter ziele gegane Opinio, waar de twee hun papieren dialoog gestart waren.
De neoconservatieve toon, misinterpretatie van de geschiedenis en verheerlijking van de patriarchaal gestructureerde rollen van de man en de vrouw prikkelden mij dusdanig dat ik daar een zestal kritieken over geschreven ben. Er werden in totaal 20 brieven gepubliceerd, na brief 12 ben ik omdat mijn kritieken een herhaling van zetten dreigde te worden, wat abrupt gestopt. Echter na verloop van tijd gaf dit een onbevredigend gevoel, het onderwerp verdiende een afronding.
In februari las ik een interview in Intermediar, even later las ik op de website van Meulenhof dat de brieven in mei in boekvorm zullen worden uitgegeven en afgelopen weekend kreeg ik een mail van één van mijn vaste lezers met een anekdote en een vraag die mij genoeg stof gaven om in de pen te klimmen en de daad bij het woord te voegen.
Andreas en Naema hebben elkaar, ook volgens de Volkskrant die eerst stelde dat beide de degens kruisten over de zegeningen van het gezinsleven en feminisme maar toen na verloop van tijd bleek dat zij elkaar wel erg dicht naderden, sprak over een briefwisseling over de verhouding tussen man en vrouw, gevonden. Zielsverwanten noemde ik hen, en daarmee verdween het laagje progressief vernis van Naema als sneeuw voor de zon.
Naema heeft een dogma nodig, stevige fundamenten, om haar leven structuur en inhoud te geven. Daarom was ze zo behept met het moslimfundamentalisme en valt ze nu als een baksteen voor het burkiaanse gedachtegoed van Andreas Kinneging.
De terugkeer naar het nest startte volgens Naema in het begin 2008. Later dat jaar volgen de brieven die in het licht van haar “bekering”, nu definitief de geur uitademen van de bekentenis en belijdenis van een afvallige. Het individualisme heeft haar teleurgesteld, de harde buitenwereld waar een ieder voor zich leeft en God dood is, heerst is niet haar wereld. Zij verlangt naar de intimiteit van het gezin, de plek waar orde en moraal heerst, daar waar zij zich thuis voelt.
Nadat ze in de briefwisseling samen met Andreas Kinneging heeft vastgesteld dat de postmoderne progressieve krachten, belichaamd in het feminisme, de moraliteit en verhouding tussen man en vrouw hebben ondermijnd, is ze nu overtuigd van de waarheid van rechts conservatief.
In het interview in Intermediar zegt zij:
Ik blijk conservatiever dan ik zelf dacht. In Engeland is conservatisme een geaccepteerd ideaal, maar in Nederland is het nog altijd een scheldwoord. Terwijl conservatief te maken heeft met voornaamheid, met deugden, met zelfdiscipline, verantwoordelijkheid, matigheid, beschaving. Met dingen nastreven die goed zijn, in plaats van alleen maar dingen die leuk zijn
Ze heeft gelijk, ze is door en door conservatief en denkt volledig modern. Ze geeft betekenis aan zichzelf en de wereld door het denken in opposities. De binnenwereld en buitenwereld zijn gescheiden werelden. De basis is die binnenwereld, het gezin, van daaruit participeert hij en dankzij het feminisme ook zij, in de buitenwereld. Een aanwinst voor de Burkestichting, alleen haar visie op de participatie van immigranten moet nog wat worden aangescherpt.
‘Participatie kan een overheid niet met regels opleggen. Dat lukt alleen door migranten te inspireren, door ze aan te spreken op hun talenten, op hun verantwoordelijkheden voor zichzelf en hun medemensen. Er is in Nederland geen sfeer van inspireren, maar een sfeer van rechten en plichten.”
Wanneer je die leest zou je haar ook bij de Ramadan aanhang kunnen plaatsen. Misschien moet ze eens met hem gaan corresponderen en een kopje koffie bij Dudok in de Den Haag gaan drinken.
© maart 2009 Ina Dijstelberge
31 reacties
terug naar boven
Ruim baan voor de NeoCons.
Het de nek om draaien van het blad Opinio door Roel Pieper heeft er niet toe geleid dat de Neoncons hun platform kwijt zijn. Integendeel, de Volkskrant heeft ze een prachtig nieuw podium geboden om hun ideeën en fantasieën met het publiek te delen. Daarmee geven zij dus aan een links conservatief Dagblad te willen zijn.
Andreas Kinneging kan in zijn briefwisselingen met Naema Tahir zijn loftrompet schallen over het heil van de cirkel van het leven en hoe de Goede man door zijn inbedding in deze cirkel zich onderscheidt van de Slechte man. Ja, man, want de taak van de vrouw, haar ultieme roeping, is het van de wieg tot het graf voeden, verzorgen en bevredigen van de man.
En de man.
Hij moet leiden en als hij van enige betekenis voorde maatschappelijke instituties wil zijn, moet hij vooral zijn tirannieke leiderschapskwaliteiten ontwikkelen.
Althans, dat is de mening van Jaffe Vink. Ook hij wenst een terugkeer naar vooroorlogse tijden. Iedere voortgang, ontwikkeling die na de oorlog heeft plaats gevonden, is voor hem des duivels. Vooral de democratisering binnen allerlei instituties zijn hem een doorn in het oog. Niets overbruggen kloof. Er is een nieuwe elite nodig, leiders die het heft in hand nemen en het volk, op gepaste afstand, laten volgen en uiteindelijk verheffen.
De nieuwe elite moet bestaan uit virtuoze politici die het midden radicaliseren door met radicale oplossingen voor, het hoofdprobleem in ons land, de immigratie en integratie te komen. Daarmee wordt de wind uit de zeilen van de populisten op de linker en rechter flank genomen, want zij (SP, Wilders en Verdonk) rukken de democratie uit hun voegen. De nieuwe elite, die moet zorgen van een grote schoonmaak van alle maatschappelijke instituties die zwaar vervuild zijn. Voor het heil des volks moeten zij ‘goede’ tv, scholen, tijdschriften en kranten opzetten. Weg met de middelmaat, inteeltcultuur en kleinzieligheid over het milieu, hoezee voor de vrije markt, de juiste opinie en de zware industrie.
Waar denken Kinneging en Vink deze de cirkel van het even eerbiedigende virtuoze en verlichte tirannen te vinden.

Een promotiemeisje van Opinio op het congres van het CDJA eerder dit jaar in Driebergen. (Foto WFA)
De christen jongeren, niet alleen het CDJA, maar ook de meer fundamentele christen jongeren zijn bijzonder gecharmeerd van het gedachtegoed van NeoCons. Een vijver met mogelijkheden en dat weten Andreas en Jaffe natuurlijk ook.
© september 2008 17:00 Ina Dijstelberge
42 reacties
terug naar boven
Keizer Bush start zijn afscheidstocht in de rijksgebieden in het Midden-Oosten.
Vandaag is George W. Bush zijn negendaagse tocht langs de Rijksdelen in het Midden Oosten begonnen. De War on Terror is nog in volle gang maar na zeven jaar moet je toch je gezicht eens laten zien. Althans als je de beschrijving van Robert Kaplan in ogenschouw neemt. Robert Kaplan ziet in de Verenigde staten van Amerika vanwege de macht en invloed die zij uitoefenen op de wereld, als een wereldrijk. Niet enkel een supermacht, maar een wereldrijk wat hij het liefst vergelijkt met het Romeinse keizerrijk en Britse koloniale koninkrijk. Dit staat centraal in zijn werk.
In 2003 zegt Kaplan in het artikel Supremacy by Stealth, dat de VS de macht in de wereld is en moet blijven. Het rijk is groot maar zal zich verder moeten uitbreiden om haar status quo te handhaven.
“In the late winter of 2003, as the United States was dispatching tens of thousands of soldiers to the Middle East for an invasion of Iraq, the U.S. Army Special Operations Command was deployed in sixty-five countries. In Nepal the Special Forces were training government troops to hunt down the Maoist rebels who were terrorizing that nation. In the Philippines they were scheduled to increase in number for the fight against the Abu Sayyaf guerrillas. There was also Colombia-the third largest recipient of U.S. foreign aid, after Israel and Egypt, and the third most populous country in Latin America, after Brazil and Mexico. Jungly, disease- ridden, and chillingly violent, Colombia is the possessor of untapped oil reserves and is crucially important to American interests.”
En
“By the 1990s the U.S. Air Force had a presence of some sort on six of the world’s continents. Long before 9/11 the Special Forces were conducting thousands of operations a year in a total of nearly 170 countries, with an average of nine “quiet professionals” (as the Army calls them) on each mission. Since 9/11 the United States and its personnel have burrowed deep into foreign intelligence agencies, armies, and police units across the globe.”
Volgens Kaplan is de VS vergelijkbaar met het Romeinse en Britse rijk:
“The historian Erich S. Gruen has observed that Rome’s expansion throughout the Mediterranean littoral may well have been motivated not by an appetite for conquest per se but because it was thought necessary for the security of the core homeland. The same is true for the United States worldwide, in an age of collapsed distances. This American imperium is without colonies, designed for a jet-and-information age in which mass movements of people and capital dilute the traditional meaning of sovereignty. Although we don’t establish ourselves permanently on the ground in many locations, as the British did, reliance on our military equipment and the training and maintenance that go along with it (for which the international arms bazaar is no substitute) helps to bind regimes to us nonetheless. Rather than the mass conscription army that fought World War II, we now have professional armed forces, which enjoy the soldiering life for its own sake: a defining attribute of an imperial military, as the historian Byron Farwell noted in Mr. Kipling’s Army (1981).”
Volgens Kaplan is het doel van macht, niet de macht op zich maar is het een fundamenteel streven om de orde in de wereld te handhaven. Dit houdt in:
1…basic political stability; the idea of liberty, pragmatically conceived; respect for property; economic freedom; and representative government, culturally understood. At this moment in time it is American power, and American power only, that can serve as an organizing principle for the worldwide expansion of a liberal civil society….
En dat is natuurlijk een veel beter vooruitzicht dan:
2…A world managed by the Chinese, by a Franco-German-dominated European Union aligned with Russia, or by the United Nations (an organization that worships peace and consensus, and will therefore sacrifice any principle for their sakes) would be infinitely worse than the world we have now. And so for the time being the highest morality must be the preservation-and, wherever prudent, the accretion-of American power…
Alhoewel het artikel in de Independent opnieuw een duidelijke illustratie is van het falende beleid in Afghanistan en Irak, blijft Kaplan de situatie positief bekijken, ‘het zal alleen meer tijd kosten’. In het artikel It’s tribes stupid van november 2007 zegt hij dat het Midden Oosten is vervallen tot een Middeleeuws gebied van stammen wat alleen beheerst kan worden als er een balans van angst wordt gecreëerd.
Een typisch staaltje van verdeel en heers….
Kaplan heeft zich inmiddels op een volgend gebied gestort Afrika. Zijn laatste artikel The Next Frontier begint als volgt :
Africa matters. It is no longer a third-rate theater of war. The Pentagon’s decision to stand up a war-fighting command exclusively for Africa by the end of 2008 presages a new direction for the global war on terrorism, with profound implications for the military and its relations with the State Department and other executive-branch institutions. It also provides a way for the United States to deal with a rising China….
Kaplans imperialistische verhandelingen zijn verhelderend . Ook dit artikel The Plane That Would Bomb Iran getuigt van het imperialistische denken en het verheerlijken van de USA. Bekijk voor al de slide show.
Het rijk moet en zal zegevieren. We hoeven alleen maar te kijken naar de periode voorafgaand aan de revolutie in India in de 19de eeuw om te begrijpen waarom het fundamentalistisch islamisme zo’n opgang heeft.
De ondergang van een wereldorde.Kaplan zijn visie op de wereld.
In het bovenstaande heb ik een schets gegeven van het imperialistische wereldbeeld van Robert Kaplan. Ik heb in het bijzonder kritiek op het waarde oordeel van Kaplan, die het Rijk van de VS als een groot heil en de macht die de VS daarbij uitoefent als gerechtvaardigd 1 ziet.
De wijze waarop de VS de wereld beheerst is als het ware een voortzetting van de koloniale heerschappij van Europa. Terwijl Europa zich na de tweede wereld oorlog, om zich te kunnen concentreren op de eigen wederopbouw noodgedwongen, fysiek moest terug trekken uit de koloniën, startte de USSR en de USA een race om de leeggevallen plekken in te nemen. Na het uitéénvallen van het Sovjet imperium, had de USA de wereld bijna geheel voor zichzelf. De enige concurrenten 2 die overbleven het herstelde en zich verenigende Europa, China en de UN, waren allen ongeschikt voor Kaplan om het grote goed,-de vrije markt, vrijheid ; de liberal civil sociëty-, te verdedigen en te verbreiden.
In 1997 vraagt Kaplan in het artikel Was Democracy just a moment? zich af of democratie een gepasseerd station is bij het bereiken, in stand houden en verbreiden van de liberale civil sociëty.
Kaplan bekritiseert het buitenlands beleid van de VS dat gericht is op het brengen van democratie voor allen, ook in gebieden die niet aan de basis eisen voor die democratie voldoen. Bovendien is er volgens hem sprake van een dubbele standaard.
“Of course, our post-Cold War mission to spread democracy is partly a pose. In Egypt and Saudi Arabia, America’s most important allies in the energy-rich Muslim world, our worst nightmare would be free and fair elections, as it would be elsewhere in the Middle East. The end of the Cold War has changed our attitude toward those authoritarian regimes -that are not crucial to our interests—but not toward those that are.”
Vanuit zijn Hobbesiaanse visie stelt Kaplan dat een goed functionerende democratie alleen mogelijk is wanneer er in een staat voldoende voorwaarden aanwezig zijn. Er moet sprake zijn van een zekere stabiliteit, gezonde economie, een gesettelde middenklasse, voldoende opleidingsniveau en een netwerk aan maatschappelijke instituties. Wanneer dit ontbreekt dan zal democratie niet lijden tot een vrije burger samenleving. Democratie is geen garantie voor vrijheid en kan even gemakkelijk omslaan naar een totalitair systeem of anarchie.
“Democracies do not always make societies more civil—but they do always mercilessly expose the health of the societies in which they operate.”
Een veel voorkomend gevolg van het wereldwijde democratiseringsproces in staten die daar nog niet aan toe zijn is wat Kaplan het ‘new authoritarianism’ noemt. Een regime wat tussen volledige dictatuur en democratie in hangt. Kaplan is van mening dat deze regimes voor een zekere mate van stabiliteit en vooruitgang zorgen.
“Authoritarian or hybrid regimes, no matter how illiberal, will still be treated as legitimate if they can provide security for their subjects and spark economic growth. And they will easily find acceptance in a world driven increasingly by financial markets that know no borders.”
Maar ook in de Westerse staten staat volgens Kaplan de democratie onder druk. Het toenemende corporatisme in allerlei lagen van de maatschappij, het wegvallen van gemeenschappen en bijbehorende gemeenschapszin en globalisering zijn interne factoren die de werking van democratie ondermijnen.
“Of the world’s hundred largest economies, fifty-one are not countries but corporations. While the 200 largest corporations employ less than three fourths of one percent of the world’s work force, they account for 28 percent of world economic activity. The 500 largest corporations account for 70 percent of world trade…
…Ultimately, as technological innovations continue to accelerate and the world’s middle classes come closer together, corporations may well become more responsible to the cohering global community and less amoral in the course of their evolution toward new political and cultural forms…
… Like the hybrid regimes of the present and future, such an evolving corporate community can bear an eerie resemblance to the oligarchies of the ancient world.”
De opkomende macht in de wereld komt volgens Kaplan van de multinationals die operen in de frontline van deze globalisering. Zij bewegen zich over de wereld op zoek naar de laagste productie kosten en hoogste afzetmarkten. Daarbij bekommeren zich niet of nauwelijks om de puinhopen die zij bij hun vertrek achterlaten. Maar dat verandert zodra de nieuwe machthebbers te maken krijgen met een groeiende wereldwijde middenklasse, die een nieuwe moraliteit zal verlangen.
Volgens Kaplan neemt , naarmate de burgers onverschilliger worden en de elite minder ter verantwoordingte roepen is, de macht van de multinationals toe. Een zekere mate van apathie en politieke desinteresse hoeft volgens Kaplan niet schadelijk te zijn
“The last thing America needs is more voters—particularly badly educated and alienated ones—with a passion for politics. But when voter turnout decreases to around 50 percent at the same time that the middle class is spending astounding sums in gambling casinos and state lotteries, joining private health clubs, and using large amounts of stimulants and anti-depressants, one can legitimately be concerned about the state of American society.”
De economische machtverschuiving in de wereld en de uitholling van de democratie, deels door de technologie maakt dat het Westerse rijk onder aanvoering van de USA aan het afbrokkelen is of zoals Kaplan het aan het eind van zijn artikel stelt:
“ And that brings us to a sober realization. If democracy, the crowning political achievement of the West, is gradually being transfigured, in part because of technology, then the West will suffer the same fate as earlier civilizations. Just as Rome believed it was giving final expression to the republican ideal of the Greeks, and just as medieval Kings believed they were giving final expression to the Roman ideal, we believe, as the early Christians did, that we are bringing freedom and a better life to the rest of humankind.”
© januari 2008 Ina Dijstelberge
29 reacties
terug naar


