Van Jihad naar Itjihad
voor het Islam debat.
Over moderne moslimdenkers.
Farish Noor is een man naar mijn hart. In een interview van 6 september 2007 met de wereld omroep zei antwoordde hij op de vraag : Wat is er mis in Nederland?
“Ik heb hier vijf jaar geleden een tijd gewoond, maar dit land is zo veranderd dat ik het nauwelijks meer herken. Er is geen communicatie meer. Iedereen is volledig in beslag genomen door zijn eigen pijn. Volgens mij komt het door de moord op Van Gogh (de filmer/journalist die in november 2004 werd neergestoken).
Daar zijn de Nederlanders, denk ik, heel erg van geschrokken.”
“Er is hier een enorme achterdocht en angst voor de islam. De beeldvorming over moslims is volledig gemonopoliseerd door rechts. Die stellen de moslims voor als één homogeen blok. Als een soort robots die mechanisch de Koran volgen en tegen alles zijn wat pluralistisch, democratisch en seculier is.
Het meest verontrustend vind ik dat progressieve krachten zoals de PvdA hier helemaal geen tegenwicht aan bieden. Ze willen zich niet over de islam uitspreken omdat ze bang zijn om voor anti-islamitisch te worden uitgemaakt. Of omdat dat in strijd zou zijn met de scheiding van kerk en staat. Op die manier hebben ze toegelaten dat rechts het islamdebat volledig naar
zich toe heeft getrokken.”
De islam is geen homogeen blok. Er zijn progressieve, conservatieve, fundamentalistische en zelfs fascistische stromingen binnen de islam. Rechtse politici en islamcritici wekken de suggestie dat moslims voor de keuze staan tussen de fundamentalistische islam aan de ene kant en democratie en mensenrechten aan de andere. Progressieve moslims als ik bieden een alternatief: wij proberen de moslims en de rest van de wereld te laten zien dat je zowel moslim als democraat kunt zijn.
Waarom horen wij niet veel meer van de verlichte en progressieve Moslims en Moslimorganisaties. Bestaan ze niet? Bestaan doen ze wel degelijk de wereld omroep besteedt er een hele serie
aan. Tot nu toe zijn naast Farish Noor, Sadiq Jalal al Azm -een seculier denker uit Syrie-, Youssef Azghari -liberaal denker en columnist van Trouw-, Tariq Ramadan, Abu Zayd en Irshad Manji- canadees Moslim hervormer aan het woord geweest.
Toch wordt er weinig aandacht geschonken aan de vernieuwende stromingen binnen de Islam. Sinds de War on Terror wordt ieder incident aangegrepen om de opkomende jihad en het gevaar voor onze gevestigde orde onder de aandacht te brengen.
Waarom richten wij ons niet meer op de hervormers? Op de Ijtihad.
Hervormers die zich richten op de herinterpretatie van de islamitische principes. Die zich richten op een moderne islam binnen een seculiere maatschappij.
Kijken naar de mogelijkheden van integratie, en niet de onmogelijkheden, en het samenleven in een pluralistische en neutraal seculiere maatschappij, is waar we onze aandacht op moeten richten.
terug naar boven
Hervormingsprocessen en hun belang voor het Islam debat.
Ijtihad betekent interpretatie en overdenking-beredenering van de heilige teksten en is gericht op de hervorming van de Islam. Een hervorming die voor de integratie van Moslims in seculiere samenlevingen heel belangrijk is.
Hervormingsprincipes van de Islam bieden volgens mij aanknopingspunten voor een waardige integratie van moslim migranten. Daarvoor geldt dat we ons open moeten stellen voor die hervormingen, de hervormers uitnodigen voor het debat en ondersteunen in het emancipatieproces.
In maart 2004 werd er in de VS door het “Institute of Peace and the Center for the Study of Islam and Democracy” een congres gehouden met als title: Ijtihad: Reinterpreting Islamic Principles for the Twenty-first Century. Het congres richtte zich op mogelijkheden om de heilige teksten van de Koran en de sunna vanuit de huidige realiteit te herinterpreteren en hoe een vooruitgang op het gebied van vrede en gerechtigheid binnen de moslim wereld en in relatie met niet moslims kan worden aangezwengeld.
Naar aanleiding van dit congres is een rapport samengesteld door vier experts in de Islamitische wetgeving en interpretatie, te weten . Muzammil H. Siddiqi, lid van de Fiqh (Islamic Law) Council of North America en docent aan de California State University en Chapman University; Imam Hassan Qazwini, directeur van het Islamic Center of America, in Detroit; Muneer Fareed, professor Islamitische studies aan de Wayne State University; en Ingrid Mattson, professor Islamitische studies en directeur van Islamic Chaplaincy aan Hartford Seminary Link .
De conclusies van dat rapport waren:
Religieuze geleerden hebben vijf honderd jaar geleden effectief het gebruik van Ijtihad uitgeschakeld. Maar de principes van interpretatie zijn goed geworteld en er is een dringende noodzaak voor een hedendaagse interpretatie. Veel Moslims geloven dat zij moeten kiezen tussen de Islam en vooruitgang, tussen Islam en democratie.
Het opnieuw inzetten van Ijtihad moeten worden aangemoedigd.
Nieuwe interpretaties van de tekst zijn in het bijzonder belangrijk voor de positie van de vrouw, de relatie tussen Sunnies en Shijieten, Moslims en niet Moslims, de rol van een Moslim in een Niet/Moslim samenleving en Islamitische economische theorieën.
De meeste geleerden willen het gebruik van Ijtihad alleen toestaan aan specialisten die niet alleen kennis hebben van de Koran en hadiths maar ook een grote bekendheid hebben met een groot aantal andere vakgebieden zoals Arabisch, logica,filosofie,economie en sociologie.
Andere voegen daaraan toe dat de interpretatie van de tekst niet moet worden toevertrouwd aan officiele Islamisten maar dat de modelijkheidheid van interpretatie open moet staan voor creatieve geesten.
Restrictie op een hedendaags gebruik van Ijtihad worden zowel door het religieuze etablissement als door repressieve regeringen in Moslim landen opgelegd. Democratie en vrijheid van informatie en meningsuiting zijn essentieel voor het uitvoeren van de Ijtihad en voor een succesvolle verzoening van de Islam met de moderne wereld. Hervorming van Islamitisch onderwijs is ook essentieel.
Moslim geleerden en leiders in Westerse samenlevingen hebben de kans en de verantwoordelijkheid om zich in te zetten voor een vernieuwd gebruik van de Ijtihad. Moslims hebben in het Westen de vrijheid om zonder de tekst te verloochenen creatief te denken en hun nieuwe intepretaties kan een nieuw denken onder het traditonele etablissement in Moslim landen stimuleren.
Volgens moderne Moslimdenkers moet de ijtihad worden aangewend voor de herwaardering van de positie van de vrouw.
Een verbetering van de relatie tussen Sunnies en Shijieten door de kloof tussen de doctrines van de verschillende islamitische scholen en sektarische positie te verkleinen.
Een herwaardering van het klassieke onderscheid tussen de wereld van de Islam en de wereld van de niet moslims. De nadruk moet hierbij liggen op een wereld en de verantwoordelijke burger in onze wereld.
Daarnaast moet de hervorming zorg dragen voor een betere relatie tussen alle mensen ongeacht hun geloof en cultuur in plaats van zich te richten op de botsing van culturen en beschavingen.
Er is een noodzaak tot een radicale overdenking van de Islamitische economische theorieën, waarbij in het vernieuwingsproces elementen uit de moderne economische theorieën worden meegenomen.
De vragen die daarbij gesteld moeten worden zijn :Waarom is de Moslimwereld sterk verarmd en hoe kan dit veranderd worden. Hoe kan er een wisselwerking met de wereldeconomie worden gerealiseerd zonder de Islamitische principes van rechtvaardigheid, gelijkheid en eerlijkheid op te geven.
De Ijtihad moet gebruikt worden om de moslim migranten in niet Moslim landen richtlijnen te geven voor integratie. Welke richtlijnen moeten zij volgen om een goed burger te zijn in het nieuwe land. Hoe kan men een actief, betrokken en verantwoordelijk zijn zonder de Islamitische waarden en regels te verwaarlozen.
Alle progressieve, liberale en vrijzinnige kijkers, denkers en doeners moeten hier toch mogelijkheden zien voor een volwaardige plaats van de Islam in een seculiere samenleving, mogelijkheden voor een waardige integratie van moslim migranten in onze samenleving.
terug naar boven
Hervormingen in de Islam en de positie van de vrouw; Irshad Manji.
Tal van moslima’s zoals de Canadese Irshad Manji streven naar een hedendaagse ijtihad, naar een meer individuele benadering van de islam zodat we hun traditionele manier van kritisch denken kunnen herontdekken. Zij weigeren zich aan te sluiten bij het leger van radicale en kritiekloze gelovigen die
handelen in naam van Allah.
In het interview met de wereldomroep zegt Manji:
“Dit alternatief is volgens Manji gelegen in hetmopnieuw tot leven wekken van de moslimtraditie van onafhankelijk kritisch denken of Ijtihad. Deze traditie moedigt moslims aanhun religie niet naar de letter maar naar de geest te begrijpen en deze steeds opnieuw te interpreteren in de veranderende omstandigheden van de geschiedenis. De Ijtihad traditie werd in de 11e eeuw verdrongen door een rigide orthodoxie gebaseerd op een letterlijke interpretatie van de bronnen.
Het hedendaagse onvermogen van moslims om deel te nemen aan de moderne wereld is volgens Manji niet het gevolg van externe factoren zoals het kolonialisme, maar van de onderdrukking van het onafhankelijke kritische denken. Manji daagt moslims uit om hun lot weer in eigen hand te nemen door de traditie van onafhankelijk denken in ere te herstellen om aldus de islam ‘te updaten voor de 21e eeuw.’ Ze heeft gezworen het woord Ijtihad net zoveel bekendheid te geven als zijn fundamentalistische tegenhanger Jihad, heilige oorlog.” Lees verder…
Bij de herinterpretatie m.b.t. de positie van de vrouw wordt ervan uitgaan dat de Koran het principe van de gelijkheid van alle mensen bevestigt, maar dat in de praktijk deze gelijkheid van alle mannen en vrouwen wordt ontkend door patriarchale interpretaties en praktijken. Ook de islamitische wetgeving heeft, in verschillende van haar hedendaagse formuleringen nog de oude patriarchale formuleringen overgenomen.
In de toepassing van de Ijtihad is het de bedoeling de belangrijke islamitische teksten van de patriarchale trekken te ontdoen en daar een nieuwe interpretatie tegenover te stellen om de boodschap van de gelijkheid van de seksen een nieuwe impuls te geven.
De Pakistaanse onderzoekster en mensenrechtenactiviste Riffat Hassan baseert zich op de Koran en heeft een thematisch overzicht gemaakt van mensen/vrouwenrechten.
Ook de docente en onderzoekster Islamitische Studies Amina Wadud, de Saoedi-Arabische Fatima Naseef geven een alternatieve lezing op de Koran. In Nederland treedt de Egyptisch/Nederlandse schrijfster Nahet Selim in hun voetsporen.
De kritiek op de islam vanuit vrouwenperspectief kent een lange geschiedenis en heeft de laatste decennia zeer aan invloed gewonnen.
De benadering van de islamitische gecanoniseerde teksten vanuit een vrouwen(rechten)perspectief is belangrijk. Niet alleen omdat deze vrouwen bewust maakt van hun rechten, maar ook omdat het überhaupt de kennis van de teksten van vrouwen vergroot. Daarmee wordt hen een instrument in handen gegeven in een discours dat door mannen gedomineerd wordt en in die mannelijke vorm vaak tegen hen wordt gebruikt.
Dr. Muqtedar Khan Assistent Professor Department of Political Science and International Relations aan de Universiteit van Delaware zegt hierover:
Wanneer moslima’s hun waardigheid en menselijkheid willen terug winnen om daarmee een gelijke morele positie naast mannen te kunnen verwerven, dan moeten zij het recht op denken over en interpreteren van de Islamitische principes opeisen. Zij moeten de epistemologie van de Hijab zoals deze is opgelegd door de Islamitische wetmatigheden om hun van hun God te scheiden, verpulveren. Zolang dit niet gebeurd zal alle discussie oppervlakkig blijven en opgesloten blijven in de context van de huidige masculine logica die de uitleg van de Islamitische principes en daaruit voortvloeiende wetgeving beheersen.
Lees meer…
terug naar boven
Vrouwen de dupe van de focus op Jihad in plaats van Itjihad: Afghanistan en Irak.
Van 1998 -2000 heb ik als sociaal woonbegeleider met asielzoekers gewerkt. Ik heb daarbij vele moderne, zelfbewuste vrouwen uit Afghanistan ontmoet. Vrouwen van uiteenlopende etnische achtergronden die de mogelijkheid hadden om het juk van de Taliban te ontvluchten. De vrouwen uit Irak waren veel traditioneler en fundamenteler zij waren afkomstig uit het Koerdische Noorden en Shjiïtische Zuiden. Zij vertegenwoordigde vooral de traditionele Islam. Inmiddels zijn in Irak ook de moderne vrouwen slachtoffer van onderdrukking. De westerse bevrijding heeft met name voor hen contraproductief gewerkt.
Een van de redenen voor de ‘bevrijding’ van Afghanistan was de onderdrukking van vrouwen . Vrouwen moesten weer volop kunnen deelnemen aan het openbare leven.
Enkele feiten:
- - Elke 30 minuten overlijdt er een vrouw tijdens de bevalling
- - 87% van de Afghaanse vrouwen zijn analfabeet
- - 30% van de meisjes heeft toegang tot het onderwijs
- – 1 op de 3 vrouwen ondervinden lichamelijk, geestelijk en seksueel geweld
- – De gemiddelde levensverwachting van een vrouw is 44 jaar
- – 70-80% van de meisjes zien een gedwongen huwelijk tegemoet.
De politieke en culturele positie is met het aannemen van de grondwet, waarin man en vrouw voor de wet gelijke rechten en plichten hebben, verbeterd. Vrouwen beginnen hoofdzakelijk in de steden mondjesmaat deel te nemen aan het openbare leven maar op het platteland is nog weinig veranderd.
Oorzaak is de door de NAVO c.q. de USA en de UK gestelde prioriteiten bij de opbouw van het land. Stabiliteit voor opbouw, waar stabiliteit gezien moet worden in het verlengde van de “war on Terror” en de “War on Drugs”. Armoede en economische instabiliteit zijn daarmee naar het tweede plan verschoven. Dit wordt duidelijk als je kijkt naar de geldstromen. Er wordt 900 keer zoveel geld uitgetrokken voor deze militaristische “stabilisering” als voor de humanitaire hulp en wederopbouw.
Het westen en de internationale gemeenschap zien de radicale Islam als afsplitsing van de traditionele Islam als oorzaak van de instabiliteit. Hiermee wordt de traditionele Islam gelegitimeerd en adviezen van de moderne moslim denkers grotendeels genegeerd. Omdat de plaatselijke bevolking de dupe zijn van de humanitaire en economische crisis raken zij niet alleen het vertrouwen kwijt in de internationale gemeenschap, maar ook in degene die met hen samenwerken en over het algemeen behoren tot de gematigde tak van de Islam.
De bevolking van Afghanistan die na de overheersing door de USSR en het juk van de Taliban toch al geen vertrouwen hadden in de internationale gemeenschap voelen zich opnieuw volledig in de steek gelaten. De Internationale operatie in Afghanistan is verre van succesvol. Steeds meer Afghanen (lees mannen) zoeken hun heil bij de uit het Talaiban en hun bondgenoten. De vrouwen zijn zoals altijd het kind van de rekening.
Zolang het Westen het belang van militaire stabiliteit boven dat van humanitaire en economische stabiliteit stelt, kan er geen fundament voor wederopbouw van Irak en Afghanistan ontstaan. Wanneer de prioriteit echter bij de humanitaire hulp en wederopbouw had gelegen dan was er hoogst waarschijnlijk van een veel grotere vooruitgang sprake geweest. Ook wanneer men meer gekeken had naar de ideeën van moderne moslims denkers waren de ontwikkeling anders
verlopen.
In Irak zien we dat de ‘bevrijders’ dezelfde fout begaan met alle gevolgen van dien. Ook hier zijn het de vrouwen die daar het eerste slachtoffer van worden, zoals je in volgende twee berichten vermelden:
De vrouwen van Irak
Nicolien den Boer
30-08-2007
Iraakse vrouwen behoorden lange tijd tot de progressiefste van het Midden-Oosten; hoogopgeleid, buitenshuis werkend en gekleed volgens de laatste mode. Vier jaar na de val van Saddam Hussein hebben zij haast geen vrijheden meer en spelen zij – moslima of christen – met hun leven als ze alleen al ongesluierd op straat durven te lopen. De Amerikaanse president Bush en zijn vrouw Laura benadrukten na de Amerikaanse invasie in Irak dat de vrouwen in Irak het beter zouden krijgen. Geen martelingen en executies meer van politieke activistes en andersdenkenden, geen gruwelpaleizen meer van Saddams zoon Uday, die daar jonge maagden vasthield en verkrachtte. Maar in realiteit verliest de Iraakse vrouw elke dag meer terrein, zegt vrouwenactiviste en hulpverleenster Yannar Mohammed. Ze wil de gruweldaden van Saddam Hussein niet bagatelliseren, maar de Iraakse vrouw heeft nu veel minder vrijheden dan onder de dictator….
Vrouwen in Irak vechten terug door
Nicolien den Boer 14-09-2007
Voor veel vrouwen in Irak is het leven ondraaglijk geworden. Een aantal vertrekt dan ook. Toch zijn er ook die er niet over peinzen om de handdoek in de ring te gooien. Zij blijven. Twee van deze Iraakse vrouwen zijn even in Nederland. Haar naam circuleert op een dodenlijst. Onbekenden
hebben bij haar ingebroken en ze wordt op haar mobieltje bedreigd. Vanwege haar politieke ambities, weet arts en lijsttrekker van een lokale vrouwenpartij Maha al-Sakban (1953). Ze zegt geen angst te voelen. Maha al-Sakban woont in de zuidelijke stad Diwaniya en wandelt elke dag naar haar kliniek, zonder de hijab – de hoofddoek; volgens sommigen een heldendaad in het fundamentalistische bolwerk. In Diwaniya en veel andere steden in Irak dwingen islamistische milities
vrouwen, vaak met geweld, om volledig gesluierd en in het zwart gekleed te gaan….
lees verder..
terug naar boven
Ayaan Hirsi Ali in debat met Ed Husain
Gisteren werd ik door mijn dagblad verwend met een drie pagina’s lang interview met AyaanHirsi Ali
Ook hier in de UK wordt Ayaan gezien als gelieerd met de neocons. in de analyse van dit interview staat:
“Her alignment with the American right doesn’t seem like an easy fit. She is a militant defender of atheism, feminism and gay rights – all forces they have demonised for decades. She is an illegal immigrant, their ultimate hate figure. But, as our interview goes on, I realise she has depressingly begun to adopt some of their ideas. She wants to abolish the minimum wage. She no longer calls for the closing of all faith schools, but simply Muslim ones, because “they are the only ones that do not respect the division between secular
and divine law”.
Ayaan was in de UK omdat zij door het ‘Centrum voor Sociale Cohesie’ uitgenodigd om in debat te gaan metEd Husain, de schrijver van ‘The Islamist’, over het onderwerp‘Het Westen en de toekomst van Islam’
Ayaan verdedigde haar standpunt dat de Islam als ideologie haaks staat op de Westerse ideologie van de Verlichting. Ook stelde zij dat een conflict tussen het westen en de moslims onontkoombaar is, wanneer Moslims verzuimen om bepaalde teksten uit de Koran als vrouw en homo onterend te bestempelen. Voor Ayaan vertegenwoordigt Mohammed immoraliteit en ook dit moet door Moslims erkend worden.
Ed Husain is daarentegen van mening dat de Koran multi-interpretabel is en dat je niet met absolute zekerheid kan beweren dat de Islam voor of tegen vrouwenrechten is. Volgens hem ligt de verantwoordelijkheid van de moderne Moslims is om te strijden tegen onrechtvaardigheid, intollerantie en ongelijkheid. Extremistische Moslims en hun gedachtegang moeten vanuit de Islam bestreden worden.
De Islam afdoen als immoreel speelt volgens hem extremisten alleen maar in de kaart.
In het artikel ‘Stop supporting Bin Laden. When intellectuals in the west descend to
Islam-bashing’, they play straight into the hands ofOsama’
zegt Ed Husain over Ayaan:
‘In a high-profile debate in London last week, I found Hirsi Ali’s knowledge of Islam and Muslims wanting on several fronts. The influence she wields over certain sections of the European and American intelligentsia bodes ill for all of us.’
Een derde punt dat aan de orde kwam in de discussie was de scheiding tussen Kerk en Staat. Zonder absolute erkenning van deze scheiding is het voor Ayaan Hirsi Ali onmogelijk voor Moslims om tot een vreedzaam samenleven in en met het Westen te komen.
Ed Husain stelt echter dat in de traditie van de Islam pluralisme wordt erkend en dat dit voldoende aanknopingspunten geeft om als Moslim in een seculiere samenleving te
leven.
In een artikel in ‘The Spectator’ stelt Melanie Phillips:
“This division of opinion, about whether or not Islam has the capacity to accommodate itself to the fundamental requirement to separate mosque from state and thus turn away from violence, is dividing the anti-jihadi world. Husain’s argument was plausible and attractive. It was only by drawing upon precepts within Islam’s pluralist tradition, he said, that he and others like him had been able to repudiate Islamism through grasping that the jihadis who once recruited them had sold them the falsehood that their Wahhabi doctrines were the only authentic version of a monolithic Islam. To his argument that Islamic theology was in fact pluralist, Hirsi Ali did not have a conclusive rejoinder. She stated that Islam meant submission to the will of God, pointed out the extremism of the Islamic world which largely accepted the primacy of the precepts of jihadi Medina over the more pacific Mecca, and drew attention to the global terrorism being perpetrated in the name of Islam. All this was true enough. But it did not answer the claim that there was a pluralist religious tradition on which the Islamic world could draw.”
Ze sluit het artikel af met woorden die mij uit het hart gegrepen zijn :
“It is vital that this debate continues. And it is vital that both Ed Husain and Ayaan Hirsi Ali, along with both Muslims and ex-Muslims who take their lives in their hands to fight this fearsome threat that we all face, are properly supported, promoted and protected –and actually listened to. We have a duty towards such people no less than towards dissidents in the former Soviet Union. It is on the stand that they are taking, and the desperately important debate they are helping promote, that the future of our world depends.”
terug naar boven
Ed Husain, Tariq Ramadan, Ayaan Hirsi Ali en Maurits Berger
Bashra, Bevrijd, Britten weg….maar niet voor de vrouwen!
Gisteravond was op BBC1 in Panorama “Bashra; the Legacy”vanJane Corbin te zien.
Zoals ik al eerder schreef blijkt ook uit deze reportage dat de zogenaamde bevrijding en democratisering van Irak, de vrouwen regelrecht hebben terug gebombadeerd naar de
middeleeuwen.
In de laatste maanden zijn in Bashra minstens 47 vrouwen op brute wijze vermoord omdat zij zich niet aan de morele code zouden hebben gehouden.
De Britten hebben afgelopen zondag Bashra verlaten, – of zijn ze weggejaagd- , en de stad wordt nu geregeerd door shjiïtische milities. Doodseskaders, gelieerd aan het Mahdi-army, zuiveren de stad waarbij vooral de colloborateurs en het verkeerde soort Moslim het doelwit zijn. Het pluralisme heeft plaats gemaakt voor het sectarisme waarbij het officiële gezag machteloos staat en de burgers (opnieuw) het slachtoffer zijn.
Het Westerse democratisch offensief lijkt mislukt. Maurits Berger, jurist, islamist en in onderhandeling mat Leiden i.v.m. de Omaanse leerstoel, heeft hier een interessant artikel over geschreven.
Deze en andere schokkende feiten die in naam van de Islam gepleegd worden kleuren meer en meer de beeldvorming t.a.v. Moslims. In toenemende mate worden onderdrukkingsmechanismen en geweldsuitingen als inherent aan de Islam gezien en gebruikt in het debat rond de integratie.
Is dit geweld nu inherent aan de cultuur of aan de Islam?
Ik ga van het standpunt uit dat geweld inherent is aan de mens en dat de cultuur bepaalt op welke wijze geweld zich uit. Religie nestelt zich in een cultuur. Vanuit die positie vindt er een wederzijdse beïnvloeding plaats, waarbij de cultuur primair blijft.
Wanneer er geen sprake is van een seculiere samenleving, zie je dat de cultuur uiteindelijk vereenzelvigd wordt met de dominante religieuze stroming. Het volk voelt zich verbonden in de religie. Cultureel bepaalde onderdrukkingsmechanismen en geweldsuitingen worden dien ten gevolgen eerder inherent aan de religie dan aan de cultuur bestempeld.
In een seculiere democratische maatschappij wordt religie in een zuil geplaatst. Centraal staat een op burgerrechten en plichten geschoeide samenleving. In de (grond)wet en in de
maatschappelijke structuur vinden burgers hun verbondenheid. Hier geldt dat cultureel bepaalde onderdrukkingsmechanismen en geweldsuitingen inherent zijn aan de positie binnen in desamenleving.
In de botsingen in en tussen culturen zie je aan de uiterste zijden dat religieuze fundamentalisten en extreministen hun geweldadige en onderdrukkende gedrag verklaren uit door de religie gegeven voorschriften, terwijl de verlichtingsfundamentalisten en nationalisten die de seculiere samenleving bedreigt zien door een afwijkende cultuur richten alle pijlen vreemd genoeg op de religie van de tegenpartij. Hun uitgangspunt is dat het gebrek aan burgerrechten in die cultuur inherent is aan de religie en in die zin is de religie bedreigend voor de bestaande samenleving.
De zwijgende meerderheid
Een van de pijlen stelt dat er geen sprake zou zijn van een gematigde, kritische stroming binnen de Islam. Moslims die zich luidkeels verzetten tegen het geweld en de onderdrukkingsmechanismen. Mocht er al sprake zijn van zo’n stroming dan is deze verdacht stil. In het artikel “The silence of the moderate moslim” in de International Herald Tribune van 7 december j.l. vraagt Ayaan Hirsi Ali zich o.a. naar aanleiding van de straf voor de verkrachtte Saoedische vrouw af:
” It is often said that Islam has been “hijacked” by a small extremist group of radical fundamentalists. The vast majority of Muslims are said to be moderates.
But where are the moderates? Where are the Muslim voices raised over the terrible injustice of incidents like these? How many Muslims are willing to stand up and say, in the case of the girl from Qatif, that this manner of justice is appalling, brutal and bigoted – and that no matter who said it was the right thing to do, and how long ago it was said, this should no longer be done?”
en even later stelt ze:
” I wish there were more Islamic moderates. For example, I would welcome some guidance from that famous Muslim theologian of moderation, Tariq Ramadan. But when there is true suffering, real cruelty in the name of Islam, we hear, first, denial from all these organizations that are so concerned about Islam’s image. We hear that violence is not in the Koran, that Islam means peace, that this is a hijacking by extremists and a smear campaign and so on. But the evidence mounts up.”
Maar hier slaat ze de plank (gedeeltelijk) mis. Zij twijfelt aan het bestaan van een gematigde meerderheid en miskent mensen als Tariq Ramdan en Ed Husain die zich wel degelijk kritisch opstellen en anderen oproepen hen daarin in te volgen.
Tariq Ramadan schreef in het artikel ” Around Mrs Gillian Gibbons’ sad story in Sudan. Come back to Islam, come back to Justice,please!” op 29 november jl. :
“While the judiciary and the legal system must remain neutral and protect justice and people’s rights it is used in the Islamic majority countries for political reasons or so called religious concerns. The problem is much serious and deep than the series of stories we have been getting in the media. It needs a profound reform, an imperative reassessment. Yet, a rape is a rape and while evidences have not been shown – in one way or in another – it remains unacceptable to start by blaming the woman. To use and instrumentalise the story of an innocent British teacher to show how much “we care about Islam” is pure nonsense and should be utterly rejected! ”
Het was dan ook te verwachten dat Tariq zou reageren op het artikel van Ayaan en dat gebeurde afgelopen met het artikel “A case of selective hearing”
“Contrary to what Ayaan Hirsi Ali said – that no “moderate” Muslims, and in particular myself, had spoken out in protest over these incidents – I wrote a piece as the story in the Sudan was unfolding about the situation in Sudan, in Pakistan and in Saudi Arabia. I started by rejecting any kind of victim mentality on the part of Muslims, for it would have easily been possible to claim that the media were once again covering only damaging stories about Muslims and Islamic countries. For Muslims to simply blame this “ongoing campaign against Islam, its Book, its Prophet and its values and practices” is no longer enough.
There comes a time, I wrote before Hirsi Ali’s accusation of silence among Muslims, where one should take a hard look at the state of affairs of the legal system in Islamic countries and draw some imperative (and constructive) conclusions. It is simply a shame! In the name of Islam, innocent people are accused, jailed, sometimes beaten and sometimes executed with no evidence and, moreover, no way to properly defend themselves. A woman, victim of a rape, becomes the accused in Saudi Arabia while a British teacher is jailed because her students decided to name a teddy bear “Muhammad”! And then, in Algeria, two recent suicide bombings have killed innocent civilians. If all this is done in the name of Islam, where are we heading?”
In de Observer van 2 december jl. benoemt Ed Husain in zijn commentaar “There’s far more to Islam than a teddy” de zwijgende meerderheid:
“Mainstream Muslims cannot remain silent as our faith is destroyed by extremists from within, and mocked by agenda-driven, habitual Islam-haters from without. We must have the courage to stand and reclaim our faith.”
Maar hij plaatst dit in een ander perspectief, waarbij hij spreekt van een verlammende angst om zich uit te spreken:
” I write this from a conference in Madrid, a city, like my home, London, that has suffered immensely from the Islamist-jihadist rage. The ubiquitous question here has been: where is the voice of the Muslim majority? Part of the answer is that it is buried in fear of extremist reprisals and concern at breaking ranks with fellow Muslims only to be attacked by fundamentalist atheists
for not going far enough.”
In een eerder artikel “Stop supporting Bin Laden” waarover ik al eerder schreef in geeft hij aanknopingspunten de huidige neergaande spiraal te doorbreken:
” I concede that there is a problem with extremism among sections of the Muslim population – a context-vacuous literalism continues to threaten the very spirit of Islam. That same extremism has unleashed what is called “al-Qaida”: an operation that adopts Islamism as its political ideology and Wahhabism as its theology. Mainstream Muslims have common cause with the west in defeating this hybrid beast. Just as Christian fundamentalists threaten the fibre of the Christian spirit (see Chris Hedges‘ recent book), Muslim extremists with petrodollars seek to impose a new, bastardised, soulless, rigid religiosity on the world’s Muslims.”
Met andere woorden de religie moet losgekoppeld worden het extremisme, waarbij in het tegengaan van extremisme en fundamentalisme een gezamenlijk doel gevonden kan worden. Daarnaast moet het Westerse politieke discurs rond de intergratie van moslims losgekoppeld worden van extremisme.
Ook Maurits Berger pleit voor loskoppelingen om verdere radicalisering tegen te gaan zoals te lezen valt in deze toespraak, getiteld: Islam in Europa: a clash oftollerances.
terug naar boven
De vrijzinnige Islam

European depiction of the Persian doctor Al-Razi, in Gerard of Cremona “Receuil des traites de medecine” 1250-1260(bron wikipedia)
Vrijzinnigheid is misschien niet een van de sterkste punten in de hedendaagse islam. Als je de lijst van boeken bekijkt die zijn verboden in de afgelopen honderd jaar vanwege kritiek op heersende religieuze dogma’s en gevoeligheden, is deze verontrustend lang.
Moderne islamitische geestelijken en geleerden in verschillende islamitische landen zijn vaak zeer selectief door slechts een deel van de islamitische erfgoed te benadrukken en naar buiten te brengen. Uit de talloze en gevarieerde bronnen van eeuwen van felle debatten, commentaren en controverses, lijken ze alleen de interpretaties die hopeloos conservatief zijn of haaksop het leven van de moderne moslims staan, eruit te pikken.
Hierdoor is het idee gegroeid, gevoed door neoconservatieven, populisten e.a., dat er geen liberale Islam bestaat. Echter er bestaat een lange en levendige intellectuele traditie van dissidentie en vrijdenken welke terug te gaan naar de Middeleeuwen.
Ideeën van Islamitische denkers van de vroeg-middeleeuwse periode die betrokken waren bij debatten getuigen, in vergelijking met de hedendaagse Islamitische geleerden, van een zekere Verlichting.
De bekende Egyptische denker Abdel-Rahman Badawi beargumenteerd dit in het in 1945 in het Arabisch gepubliceerde boek Van de Geschiedenis van het atheïsme in de islam.
Het gaat over het werk van de islamitische filosoof-wetenschappers van de middeleeuwse periode en de manier waarop ze reden, vrijheid van denken en humanistische waarden aanvaarden bij de problematisering en vaak weerlegging van een aantal fundamentele islamitische principes.
Volgens Badawi stelde veel van deze denkers niet het bestaan van God ter discussie, maar stelde zij het idee van profetieën en de bevoorrechte positie van de profeet Mohammed en zijn volgelingen ter discussie.
De meeste vooraanstaande geleerden en vrijdenkers onder hen was de Pers Abu Bakr al-Razi (865-952)
Hij betoogde dat de geest een aangeboren vermogen heeft om onderscheid tussen goed en kwaad, en tussen wat bruikbaar en wat schadelijke is, te maken. Volgens hem, heeft de geest geen begeleiding nodig van buitenaf, en om deze reden was de aanwezigheid van de profeten overbodig.
Al-Razi achtte heilige boeken in het algemeen, en de Koran in het bijzonder, onlogisch en tegenstrijdig. Hij stelde dat alle mensen gelijk waren in hun verstandelijke vermogens zoals ze waren in alle andere dingen. Daarom was het volgens hem onzinnig dat God een persoon uit een uit hun midden verkoos , om hen zijn goddelijke wijsheid te onthullen en hen te leiden. wezens. Bovendien vond hij dat uitspraken en verhalen van de profeet vaak in tegenspraak waren met die van andere profeten. Als de bron was de goddelijke openbaring zoals wordt beweerd, zou hun standpunten identiek zijn. Het idee van een goddelijk aangestelde bemiddelaar was dus een mythe.
Al-Razi schreef de macht van een religieuze overtuiging op de samenleving toe aan de volgende factoren:
- de systemen van overtuigingen werden vooral verspreidt door de menselijke neiging tot imiteren en kopiëren van anderen.
- populariteit van godsdienst berust op de nauwe verbondenheid tussen de geestelijken en politieke leiders. De geestelijken gebruiken deze alliantie om hun eigen overtuigingen , wanneer het aan overredingskracht desnoods met geweld, aan mensen op te leggen.
- het weelderige en imposante karakter van het gewaad van religieuze mannen dragen bij aan de hoge achting van de gewone mensen.
- met het verstrijken van de tijd werden religieuze ideeën zo bekend en geïnternaliseerd dat zij niet meer werden betwijfeld
Deze episode in de Islamitische geschiedenis toont dat denkers in die tijd de vrijheid hadden om hun ‘onorthodoxe’ ideeën te bespreken en publiceren.. Het is vervolgens redelijk om te suggereren dat het probleem van de islam niet bij historische teksten en tradities ligt, maar in de interpretatie. Het islamitische erfgoed, is net als zijn christelijke tegenhanger, samengesteld uit een omvangrijke reeks van commentaren en interpretaties die werden geproduceerd in verschillende perioden van de geschiedenis om problemen aan te pakken die specifiek waren voor hun tijd.
Het is wenselijk dat islamitische geleerden de verantwoordelijkheid nemen om traditie te herzien en de humanistische waarden van tolerantie en vrijheid van denken opnieuw te benadrukken. Zij hoeven niet ver te zoeken voor deze waarden. Het enige wat ze moeten doen is diep in hun eigen culturele schatkist te duiken om de parels op te halen en van de bagger te ontdoen.
Al Razi, een vrijdenker uit de begintijd van de islam Abu Bakr Al-Razi and Islamic skepticism
2007/2008/2010





Deelnemerslijst
Found out your site via msn the other day and absolutely find it irresistible. Carry on the truly amazing work.
Thnx.
As long as debate and/or discussions are hampered by the fact that participants do not distinguish the enormous difference between religion (on the one hand) and faith or belief (on the other), results will fail to be acclomplished. Such debates and discussions resemble a ‘conversation’ between deaf people who do not master sign language either. [Please note: 'conversation' indicates that there is no (real) conversation possible, in such a case.]
Religion (no plural!) contains all what people over the centuries have indicated as ethics and morals; imho the above mentioned Persian thinker Abu Bak’r Al-Razi would probably agree with this approach of mine.
Faith(s) and/or belief(s) — how telling these concepts dó allow for plurals — are linked to some super-natural phenomenon, for which there is no scientific explanation or indication.
Where the former allows for rectification(s) if a majority is in favour, the latter vehemently object(s) to any scriptural alteration. The former therefore is applicable in democratic processes, the latter is not, since dogmatic principles hamper progressive thought.