Derde feministische golf



Index


Wetswijzigingen in Rijkswet op het Nederlanderschap en de Vrouw.

De gisteren aangenomen wijzigingen van de Rijkswet voor het Nederlanderschap (RNW) moeten volgens de regering ervoor zorgen dat de bedoelingen van de wet worden verduidelijkt en er meer helderheid komt over de juridische status van het Nederlanderschap. Het gaat om de volgende wijzigingen:

  • 1. mensen die de Nederlandse nationaliteit krijgen, moeten afstand doen van de nationaliteit van het land van herkomst. Door de wetswijziging gaat deze regel ook gelden voor sommige migranten van de tweede generatie.
  • 2. de regels om de Nederlandse nationaliteit van iemand te ontnemen worden aangevuld. Iemand die veroordeeld wordt voor misdrijven die de essentiële belangen van het Koninkrijk of één van zijn landen schaadt, zoals een terroristisch misdrijf, kan de Nederlandse nationaliteit worden ontnomen.
  • 3. bij naturalisatie op de Nederlandse Antillen en Aruba wordt de kennis van het Nederlands verplicht gesteld.
  • 4. er wordt voorgesteld het Nederlanderschap te verlenen aan kinderen die vóór 1 januari 1985 zijn geboren als kind van een Nederlandse moeder en een niet-Nederlandse vader.

In dit eerste deel wil ik specifiek ingaan op het laatste punt, omdat hiermee eindelijk de gelijkstelling van de man en vrouw voor deze wet gerealiseerd wordt. In een tweede deel zal ik punt 1 en 3 van nader commentaar voorzien.

Mr. H.J. Smidt bracht in 1892 de Wet op het Nederlanderschap en het Ingezetenschap tot stand. Deze verving de wet uit 1850 en de artikelen 5 t/m 12 uit het Burgerlijk Wetboek over de nationaliteit. De wet bepaalt dat de degenen die op grond van de wet uit 1850 de Nederlandse nationaliteit bezitten stamvaders zijn van na 1 juli 1893 geborenen.
Het beginsel van de wet werd gebaseerd op het eenheidssysteem of ‘système unitaire’, waarbij men er vanuit ging dat de leden van een gezin dezelfde nationaliteit moeten bezitten en op verwerving van de nationaliteit door afstamming van de man. Dit hield in dat een vrouw onder alle omstandigheden de nationaliteit van haar man volgde. Wanneer een Nederlandse vrouw met een buitenlandse of staatloze man trouwde verloor zij (en haar kinderen) automatisch haar Nederlandse nationaliteit.

Het recht van de vrouw werd in een eerste multilateraal verdrag in 1930 enigszins verbeterd en daarmee werd ook het stringente vasthouden aan het eenheidssysteem wat losgelaten. Dit zgn. “Verdrag van Den Haag, nopens zekere vragen betreffende de wetsconflicten inzake nationaliteit”, werd op 12 April 1930 en door Nederland in 1936 geratificeerd. Er werd echter door Nederland wel een voorbehoud gemaakt m.b.t. artikel 8,9 en 10.
De verdragsstaten waren: Australië, België, Brazilië, China, Cyprus, Fiji, Kiribati, Lesotho, Malta, Mauritius, Monaco, Nederland, Noorwegen, Pakistan, Polen, Swaziland, Verenigd Koninkrijk en Zweden.
De voor vrouwen meest relevante afspraken in het verdrag:

Hoofdstuk III – De nationaliteit van de gehuwde vrouw
Artikel 8 Indien de nationale wet van de vrouw hare nationaliteit doet verliezen ingevolge huwelijk met een vreemdeling, zal dit gevolg afhankelijk worden gesteld van het verkrijgen door haar van de nationaliteit van haar echtgenoot.
Artikel 9 Indien de nationale wet van de vrouw haar hare nationaliteit doet verliezen ingevolge verandering van nationaliteit van haar echtgenoot tijdens het huwelijk zal dit gevolg afhankelijk worden gesteld van het verkrijgen door haar van de nieuwe nationaliteit van haar echtgenoot.
Artikel 10 De naturalisatie van de echtgenoot tijdens het huwelijk zal alleen met de toestemming van de echtgenoote verandering van nationaliteit van deze laatste meebrengen.
Artikel 11 De vrouw, die volgens de wet van haar land haar nationaliteit heeft verloren ingevolge haar huwelijk, verkrijgt na ontbinding van het huwelijk deze nationaliteit alleen terug indien zij hiertoe het verzoek doet, en in overeenstemming met de wet van dit land. Ingeval zij haar nationaliteit terug verkrijgt, verliest zij de nationaliteit, die zij ingevolge haar huwelijk had verkregen.
bron : KU Leuven

Hoewel een aantal bepalingen in het verdrag de rechten van vrouwen betreffen, ging het niet om het realiseren van gelijke behandeling van man en vrouw maar om het ondervangen van gevallen van statenloosheid van het nageslacht. Dit wordt vooral duidelijk in artikel 1 van het bijbehorende protocol:

“In een Staat, waar de nationaliteit niet wordt toegekend ten gevolge van het enkele feit van geboorte op het grondgebied, zal de persoon, die geboren is uit een moeder, die de nationaliteit van dezen Staat bezit, en uit een vader zonder nationaliteit of van een onbekende vader, de nationaliteit van dit land bezitten.”

Het duurde tot 1959 totdat er voor het eerst serieus gekeken werd naar de positie van de vrouw in het Nationaliteitsrecht. Op 20 februari van dat jaar kwam in New York het Verdrag betreffende de nationaliteit van de gehuwde vrouw tot stand, waarmee getracht werd om de onafhankelijke nationaliteitsrechtelijke positie van gehuwde vrouwen te waarborgen. Het Verdrag kan worden gezien als een uitvloeisel van artikel 15 van de UVRM, waarin wordt bepaald dat ‘ een ieder recht heeft op een nationaliteit’ en ‘aan niemand dat recht kan worden ontnomen noch het recht kan worden ontzegd van nationaliteit te veranderen’

In het verdrag van New York werd bepaald dat noch de sluiting, noch de ontbinding van een huwelijk, noch de verandering van nationaliteit door de man staande het huwelijk van rechtswege invloed mocht hebben op de nationaliteit van de vrouw. Het doorgeven van de nationaliteit door de vrouw aan de kinderen wordt in dit Verdrag niet gesproken. Nederland ratificeerde het verdrag in 1963.
Zodoende werd bij de Rijkswet van 14 november 1963 een begin gemaakt met de gelijkstelling van de man en de vrouw. Verdere consequenties heeft men toen echter niet onder ogen willen zien.

Pas met de invoering van de huidige RWN werd aan het beginsel van gelijkheid der geslachten een groter gewicht toegekend dan aan het belang van het voorkomen van meervoudige nationaliteit en het beginsel van het eenheidssysteem. De positie van de Nederlandse vrouw in het nationaliteitsrecht is door de inwerkingtreding van de huidige Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) op 1 januari 1985 aanmerkelijk verbeterd. Sindsdien kan een Nederlandse moeder ook het Nederlanderschap doorgeven aan haar kinderen die op of na 1 januari 1985 zijn geboren. Sinds de wetswijziging van l januari 1985 verkrijgt een kind dat is geboren uit een Nederlandse moeder het Nederlanderschap vanwege het simpele feit dat de moeder Nederlands is.

Onder de voorloper van deze wet verkreeg het kind slechts in uitzonderingsgevallen de Nederlandse nationaliteit door afstamming van een Nederlandse moeder. In de Rijkswet van 1985 werd in een tijdelijke overgangsregeling voorzien die bepaalde dat kinderen geboren voor 1 januari 1985 het Nederlanderschap konden verkrijgen door optie. Van deze optie kon alleen gebruik worden gemaakt indien de moeder van het kind op het moment van de optie de Nederlandse nationaliteit bezat, of indien zij voordat de optie werd uitgebracht als Nederlandse was overleden. Het kind moest daarnaast op l januari 1985 jonger zijn dan 21 jaar (de op dat moment geldende meerderjarigheidsgrens).

In het gisteren aangenomen wetsvoorstel zijn enkele nieuwe gronden opgenomen die relevant zijn voor diegene die geen gebruik hebben gemaakt van de genoemde overgangsregeling en ook voor hun eventuele kinderen. Voorts is de leeftijdsgrens van 21 jaar komen te vervallen.

De in dit kader ter zake doende wijzigingen van 14 januari jl.:
“ Aan artikel 6, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h door een puntkomma, toegevoegd:

  • i. de vreemdeling die vóór 1 januari 1985 is geboren uit een moeder die ten tijde van zijn geboorte Nederlander was, terwijl de vader ten tijde van die geboorte niet-Nederlander was;
  • j. het vóór 1 januari 1985 in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba bij rechterlijke uitspraak geadopteerde niet-Nederlandse kind van een vrouw die op de dag dat de uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen Nederlander was, indien het kind op de dag van de uitspraak in eerste aanleg minderjarig was;
  • k. de vreemdeling die is geboren als kind van één van de in de onderdelen i of j bedoelde personen die het Nederlanderschap heeft verkregen dan wel voor die verkrijging is overleden;
  • l. de vreemdeling die voor de leeftijd van zeven jaar is erkend door één van de in de onderdelen i of j bedoelde personen die het Nederlanderschap heeft verkregen dan wel voor die verkrijging is overleden;
  • m. de vreemdeling die door één van de in de onderdelen i of j bedoelde personen die het Nederlanderschap heeft verkregen dan wel voor die verkrijging is overleden, tijdens zijn minderjarigheid is erkend, terwijl hij aangetoond heeft dat die persoon de biologische vader is;
  • n. de vreemdeling die door een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap kind is van één van de in de onderdelen i of j bedoelde personen die het Nederlanderschap heeft verkregen dan wel voor die verkrijging is overleden, indien hij op de dag van de uitspraak in eerste aanleg minderjarig was;
  • o. het in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba bij rechterlijke uitspraak geadopteerde kind van één van de in de onderdelen i of j bedoelde personen die het Nederlanderschap heeft verkregen dan wel voor die verkrijging is overleden, indien hij op de dag van de uitspraak in eerste aanleg minderjarig was.”
  • ________________________________________
    Bronnen:

  • Rijkswet op het Nederlanderschap
  • Wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap met betrekking tot meervoudige nationaliteit en andere nationaliteitsrechtelijke kwesties
  • G.R de Groot : De positie van de vrouw in het Nederlandse nationaliteitsrecht
  • ©januari 2010 Ina Dijstelberge

    20 reacties

    terug naar boven


    Stop het instrumentaliseren van vrouwenemancipatie t.b.v. de “beschavingsoorlog”.

    .

    Sinds het eind van de jaren tachtig heeft zich in Nederland een vertoog ontwikkeld waarin over de multiculturele samenleving, etnische en culturele minderheden en racisme gesproken wordt op een manier die Baukje Prins (2000) ‘nieuw realisme’ noemt. Het nieuw realisme presenteert zich als ‘taboedoorbrekend’: weg met de zogenaamde ‘politieke correctheid’ en eindelijk ‘de dingen zeggen zoals ze zijn’.

    Dit vertoog doet twee dingen. Ten eerste, het poneert een onderscheid tussen ‘wij’ en ‘zij’, waarbij ‘zij’ naar ‘allochtonen’ verwijst, en in het bijzonder naar de islam. In dit onderscheid wordt steeds opnieuw bevestigd dat ‘zij’ niet ‘van hier’ zijn.
    Ten tweede, het nieuwe realisme ontproblematiseert racisme. Het probleem is niet het racisme, meer nog, racisme wordt soms voorgesteld als een ‘begrijpelijke reactie’ op het multicultureel samenleven. Zoals Prins het uitdrukt, het nieuwe realisme vertrekt van (poneert) een vorm van culturele, politieke en morele onschuld voor de cultureel dominante groep.

    Prins toont aan dat nieuw realistische vertogen niet alleen etnisch en cultureel maar ook gender-onderscheid aanbrengen. Haar analyse van de structuur van dit vertoog en in het bijzonder het gebruik van ‘onze’ en ‘hun’ vrouwen (bijvoorbeeld Fortuyns verwijzing naar ‘onze feministen’), toont dat vrouwelijke ‘allochtonen’ en in het bijzonder moslimvrouwen functioneren als het object (en niet het subject) van het nieuw realisme. Zij worden afgeschilderd als slachtoffers van ‘hun’ cultuur en religie – slachtoffers die vervolgens ‘gered’ moeten worden. Dit uitgangspunt laat een vorm van witte ‘mannelijke ridderlijkheid’ toe, die vrouwenemancipatie gebruikt om de superioriteit van de ‘eigen’ cultuur en beschaving te poneren. (PRINS, B. (2000), Voorbij de onschuld. Het debat over de multiculturele samenleving,)

    In Nederland werd deze racistische differentiatie in termen van emancipatie tussen ‘autochtone’ en ‘allochtone’ vrouwen geïnstitutionaliseerd toen in november 2003 minister de Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verantwoordelijk voor de portefeuille emancipatie, tijdens de lustrumviering ter gelegenheid van 25 emancipatiebeleid officieel ‘aankondigde’ dat de emancipatie van de Nederlandse vrouw voltooid was. Hij haastte zich om hierbij een kanttekening te plaatsen: met ‘Nederlandse vrouwen’ verwees hij uitsluitend naar de ‘autochtone’ vrouwen. Voor sommige andere vrouwen in Nederland, vervolgde de minister, bleef emancipatie hoognodig en bijgevolg zou het emancipatiebeleid enkel nog om de emancipatie van ‘een deel van onze allochtone landgenoten’ gaan. (VONK E. (2003), ‘Zoeken naar openingen: het debat over de multiculturele samenleving in feministisch perspectief’.)

    Nu bijna twintig jaar later krijgt dit vertoog steeds meer greep op het hele politieke speelveld.
    Op 8maart 2004 verscheen in De Standaard, 8 maart 2004 het onderstaande stuk van de Brusselse NextGENDERationgroep
    Dit stuk is m.i. nog steeds zeer actueel en zou juist nu moeten worden opgepakt om ons te verzetten tegen het misbruik van onze rechten voor politiek gewin.

    NIET IN ONZE NAAM!
    De rij van politieke en publieke figuren die ‘de gelijkheid tussen mannen en vrouwen’ als een fundamentele waarde van de Europese beschaving benadrukken, wordt dezer dagen steeds langer. Vooral politieke leiders en partijen die ‘integratie’ als ‘assimilatie’ invullen en deze willen opleggen aan allochtone gemeenschappen, doen graag beroep op (gebrek aan) vrouwenemancipatie om hun standpunten m.b.t. minderheden te staven. Deze invulling van integratie gaat hand in hand met het sluiten van de grenzen van Europa en met krampachtige pogingen om ‘de Europese beschaving’ een homogeen witte inhoud toe te dichten, wat voorbij gaat aan de onmiskenbare multi-etnische, multiculturele en multireligieuze realiteit van Europa.

    Maar als het op de concrete eisen en voorstellen van het brede spectrum van onze vrouwenbewegingen aankomt, blijven diezelfde politieke figuren verdacht stil. Denk maar aan de snelheid waarmee het principe van gelijkheid tussen mannen en vrouwen uit de eerste versies van de Europese Conventie gegooid werd. Eén blik op de onderdrukte herinneringen van de Europese kolonisatie leert ons dat een dergelijk patroon allesbehalve nieuw is.
    Europese kolonisatoren hebben hun overheersing consistent gelegitimeerd in termen van de ‘beschaving van de kolonies.’ En die beschavingsmissie werd maar al te vaak opgevoerd als het ‘beschermen’ van vrouwen tegen hun ‘onderdrukkende culturen en mannen.’ Maar terug in het vaderland ontpopten vele van deze kolonisatoren zich tot heftige tegenstanders van de toenmalige vrouwenbewegingen en de eerste feministische golf.

    Neo-imperialistische en rechtse agenda’s doen het goed vandaag de dag. Ze proberen ons de ‘botsing tussen de beschavingen’ te verkopen en spelen hierbij de kaart van vrouwenemancipatie uit als de inzet van de Westerse beschaving. Het is bijzonder modieus voor Westerse politieke leiders om zich te profileren als de ‘beschermers’ van ‘hulpbehoevende moslimmeisjes’. Moslimmeisjes en -vrouwen met een hoofddoek worden op die manier al te vaak voorgesteld als passieve slachtoffers van vrouwenonderdrukking. We verwerpen een dergelijke verdeel-en-heers-strategie die witte vrouwen in Europa als ‘bevrijd’ wil voorstellen en die het ‘gewicht van de emancipatie’ op de schouders van zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen en ‘hun onderdrukkende cultuur’ wil leggen. De logica van deze strategie is pervers, en belet ons om in solidariteit samen te werken. Wat de opgezette hysterie rond de hoofddoek van de laatste maanden onbesproken laat, is het ontoelaatbare feit dat een groot deel van de vrouwen en mannen van migrantenorigine vandaag in Europa nog steeds tweederangsburgers zijn, die dagelijks met racisme en discriminatie te maken krijgen, in het onderwijssysteem, op de arbeidsmarkt en op de woningmarkt.

    Op deze Internationale Vrouwendag willen we nogmaals bevestigen dat onze verschillende strijden tegen alle vormen van onderdrukking waar vrouwen mee te maken krijgen, hard nodig blijven. Een serieus engagement voor vrouwenemancipatie betekent dat we moeten vechten tegen de normalisering van geweld en de huidige ‘oorlogscultuur’, en de manier waarop dit geweld seksistisch, racistisch en homofoob is. We moeten vechten tegen het geweld van de neoliberale politiek die de sociale zekerheid afbreekt en voor vele vrouwen grote bestaansonzekerheid betekent. We moeten ons verzetten tegen structureel en alledaags seksisme, racisme en homofobie, en we moeten hierbij samenwerkingsverbanden creëren. We moeten ons verzetten tegen de vele manieren waarop vrouwen belet worden om als volwaardige burgers deel te nemen aan het maatschappelijke en politieke leven. We moeten vechten tegen de systematische besnoeiingen in financiële en andere middelen voor een degelijk emancipatiebeleid.

    Tegen de nieuwe lading van zelfbenoemde ‘verdedigers van vrouwenrechten’, die we in al deze jaren noch als deelnemers, noch als aanhangers van onze vrouwenstrijd tegenkwamen, zeggen we vastberaden: “Niet in onze naam!” Hun cynisch gebruik van ‘vrouwenemancipatie’ en ‘de gelijkheid tussen mannen en vrouwen’ is ongeloofwaardig. Als feministen en vrouwen die begaan zijn met vrouwenemancipatie kunnen we hen niet toestaan om ‘vrouwenemancipatie’ te misbruiken voor agenda’s die bol staan van etnocentrisme, assimilatie en islamfobie. Ondertussen gaat onze strijd voort tegen alle vormen van onderdrukking die vrouwen treffen. We wensen diegenen die delen in die strijd een strijdbare Internationale Vrouwendag!

    Ondertekend door Selma Bellal, Sarah Bracke, Sandrinne Debunne, Bettina Knaup, Bénédicte Martin, María Puig de la Bellacasa – van de Brusselse NextGENDERationgroep, en onderschreven door het Steunpunt Allochtone Meisjes en Vrouwen en het Vrouwen Overleg Komittee.

    ©September 2009 Ina Dijstelberge
    37 reacties

    terug naar boven


    Op naar een nieuwe wereldorde; vrouwen aan de macht!

    In mijn de Van Jihad naar Ijtihad Deel 6 werd door de reacties van Jan Bouma en George Knight het onderwerp verlegd naar wat ik nu even grofweg een andere wereldorde noem. Een wereldorde die een einde moet maken aan wat Jan Bouma de politiek x religie x intelligentsia x economie hegemonie noemt en per definitie criminaliteit genereert. Jan Bouma, die bij een aantal van jullie wel bekend zal zijn, heeft dertig jaar aan een theorie gewerkt die tot een nieuwe wereld orde moet leiden.

    Hier zijn voorstel:
    De Stelling luidt:
    Het is onmogelijk om het behoud en de survival van de mensheid op deze planeet te blijven baseren op louter en alleen de machtsfactoren van het getal der bevolkingsomvang, de economische macht, de militaire of de religieuze macht van welk volk dan ook zoals we die tot op heden kennen. (blz. 166). “Alvorens ik tot bovengenoemde Stelling kwam maakte ik een Balans op. Die Balans was negatief omdat de internationale Fora niet goed werken en ook geen (aannemelijk) uitzicht kunnen bieden waardoor dit ooit zal veranderen. Vervolgens schreef ik een boek waarin de vervangende voorwaarden staan waardoor de mensheid wel kan overleven. Bent u het met bovenstaande Stelling eens dan zou u zich kunnen vinden in de navolgende oplossingen. Ik noem ze u kort; de nuanceringen staan in m’n boek.
    1. Abstrahering en depolitisering van genoemde politieke machtsfactoren door introductie van het begrip Integriteit met een daaraan te verbinden Topdown -gerichte reorganisatie van de wereldbesturing.
    2. De Veiligheidsraad van de V.N. wordt binnen dat model afgeschaft.
    3. Teneinde het gemiddelde communale wereldgeweten te dienen (dat ten grondslag ligt aan de internationale wetgevingen) wordt de representatie in de V.N. voor drie hoofdzaken nog slechts gediend door een man of vrouw per natie. (zie uitwerking in het boek).
    4. Er zijn op dit moment 192 Naties ter wereld dus ontstaat er een “abstract” Forum dat slechts beslissingen zal nemen op het gebied van drie belangrijke onderwerpen; te weten:
    a) oorlog en vrede;
    b) energievoorziening
    c) waterbeheer

    Overige politieke representaties op internationaal en nationaal niveau blijven gewoon bestaan idem de ambtelijke ondersteunende organisaties.

    Zie hierboven in grove lijnen geschetst een wereldrevolutie .”

    Laten we er vanuit gaan dat de wereldrevolutie en daarmee de wereldraad een feit is. Ik pleit dan ook voor een onafhankelijke rechtbank a la Mihai Martoiu Ticu waar iedere burger na het overschrijden van de universele rechten van de mens een aanklacht kan indienen. Daarmee is de bescherming van de menselijke waardigheid van het individu (man en of vrouw) en de daarbij behorende integriteitsopvattingen gegarandeerd.

    Hoe zou zo’n raad er voor mijn ideale wereldbeeld uit moeten zien?
    Het is inderdaad zo dat als je de balans van de laatste 3000 jaar opmaakt deze negatief uitvalt. Vooral de vrouwen en de natuur hebben daarbij het onderspit gedolven. Zie ook wat ik hierover in het eerste deel van deze serie heb geschreven.
    Het is daarom het naar mijn mening essentieel dat de nieuwe wereldraad uit vrouwen bestaat. Mannen hebben bewezen dat zij er één grote rotzooi van maken.
    Ik leg in het gewicht geheel op vrouwen, omdat de vrouw en het vrouwelijke in de afgelopen 3000 jaar systematisch zijn gedegradeerd en tot een negatie van de man het het mannelijke zijn verworden. In mijn thema “Jij en Ik” deel 3: Genderverschil als uitgangspunt ga ik hier dieper op in.

    De nog lopende deconstructie van de geschiedenis en de filosofie die moet blootleggen wanneer, waar en hoe dit is gebeurd en welke invloed dit heeft, is nog niet afgerond, laat staan dat er een herwaardering heeft plaats gevonden.
    Ergo, de vermannelijking van de vrouw, opdat zij haar plaats kan in nemen in de publieke sfeer, is alleen maar verergerd.

    Zolang de deconstructie en het herwaarderingsproces niet voltooid zijn zal ook een 50/50% balans op basis van integriteit in onbalans zijn.
    Ik diskwalificeer mannen niet, parkeer ze hooguit in de zijberm. De onmogelijke positie waar de vrouw zich in zou manoeuvreren, is een positie die de man al eeuwen zonder enige hoon of sabotage, door vrouwen, inneemt. Hoewel dat laatste natuurlijk wel door een aantal vrouwen geprobeerd is.

    Maar het is waar mannen plegen continu sabotage in de strijd om de macht en zullen dus zeker alles in het werk stellen om de door mij voorgestelde wereldraad te ondermijnen. Echter, als vrouwen een tijdje de macht, die voor mannen zo vanzelfsprekend is, genieten dit de sabotage drang van de mannen zal neutraliseren. Bovendien ben ik ervan overtuigd dat er (vele) mannen zijn die zich ontdaan hebben van een niets ontziende en allesvernietigende machtsdrang.

    Een matriarchaat waar mannen geheel ondergeschikt zijn aan vrouwen is, hoewel erg aanlokkelijk, niet wat ik als ideaal heb. Waar ik voor pleit is een kortdurende in posities, zeg drie generaties of, een soort inhaalslag als je het zo wil noemen, om de balans weer in evenwicht te brengen. In het voorstel tot een wereldraad moet het toch mogelijk zijn om per land een integere vrouw te vinden.

    In die periode kunnen individuele staten dan werken aan een 50%-50% vertegenwoordiging waarbij zoals George Knight aangaf:

    Omdat dit niet op korte termijn te realiseren is, gebeurt dit stapsgewijs. Bijvoorbeeld een 10-90% verhouding wordt met 15% per 10 jaar wettelijk verhoogd. Dit vraagt actief regeringsbeleid en actieve participatie van onze topvrouwen. Positieve discriminatie op sekse moet voorkomen worden, daarom is flankerend beleid belangrijk dat de kwaliteit van vrouwen aanjaagt.
    Aan de bevoegdheden van de wereldraad zou ik nog een vierde willen toevoegen. Natuurbeheer. Ook hier is duidelijk dat dit niet aan de individuele staten kan worden overgelaten.

    Tot slot.
    De realisatie van een wereldrevolutie blijft momenteel voor mij een utopische droom. De huidige machthebbers zullen zo’n revolutie met man en macht proberen te verhinderen.
    Jan Bouma stelt echter:

    “Dit wordt nu voor die “huidige machthebbers” een doordenkertje om toch voor mijn opstellen te kiezen omdat zij namelijk geen andere keuze hebben. De individuele wereldburger in de “democratische staten” (ja, ik zet het tussen aanhalingstekens) heeft nog steeds het absolute primaat om zijn politieke vertegenwoordiging te kiezen. Om dan te bereiken wat ik wil, ben ik aangewezen op die “ontwikkelde wereldburger” die dit snapt. In mijn boek vermeld ik dat zo’n 2 miljard redelijk opgeleide mensen het moeten kunnen snappen. De communicatieslag is dus gericht op die – naar schatting – 2 miljard mensen. Om dat proces wat vaart te geven zou “De Pers” onontbeerlijk zijn. Idem van de representanten van “de intelligentsia” en idem van “de religie” die het zouden moeten snappen en aanvaarden.
    Ga er maar aanstaan!”

    Natuurlijk is er een omslagpunt te bedenken en wanneer alle machteloze burgers naar een internationale rechtbank kunnen stappen is een dergelijke omslag zelfs een reële mogelijkheid.

    © december 2007 Ina Dijstelberge

    104reacties

    terug naar boven


    Waarom is geweld tegen vrouwen niet dagelijks voorpagina nieuws ?

    Amnesty International heeft ruzie met de Katholieke kerk, en dat was voorpagina nieuws vandaag. De ruzie betreft het feit dat Amnesty International het recht op abortus wil toevoegen hun verklaring van de rechten van de mens. Voor het Vaticaan is dit onacceptabel.

    Amnesty voert sinds maart 2004 actie tegen het geweld tegen vrouwen. ( zie link infoblok) Ondermeer naar aanleiding van een bezoek aan Darfur waar ze geconfronteerd werden met de enorme schaal waarop vrouwen in het kader van de etnische zuivering werden en nog steeds worden verkracht.

    Geweld tegen vrouwen is, volgens de VN, iedere vorm van geweld of dreiging met geweld, zowel publiekelijk als privé, welke lichamelijke, seksuele en/of psychische schade of lijden tot gevolg heeft of kan hebben, dwang of willekeurig ontnemen van de vrijheid.

    In artikel 2 van de verklaring tot het elimineren van geweld tegen vrouwen wordt deze algemene beschrijving gepreciseerd.

    a. Lichamelijk, seksueel en psychisch geweld binnen de familie, inclusief slaan, seksueel misbruik van meisjes, geweld in relatie tot bruidschat, verkrachting binnen het huwelijk, mutilatie van het vrouwelijke geslachtsorgaan en andere traditionele praktijken die ten nadele van de vrouw zijn, buitenechtelijk geweld en aan exploitatie gerelateerd geweld.

    b. Lichamelijk, seksueel en psychisch geweld binnen de gemeenschap, inclusief verkrachting, seksueel misbruik, ongewenst seksueel gedrag en intimidatie op de werkplek, binnen het onderwijs enz., vrouwenhandel en gedwongen prostitutie.

    c. Lichamelijk, seksueel en psychisch geweld in opdracht van of uitgevoerd door de staat.

    Ten tijde van conflicten en in oorlogstijd neemt het geweld tegen vrouwen significant toe. Terwijl mannen vaak gedwongen worden om te vechten en meer worden gedood tijdens de gevechten, ondervinden vrouwen veelal geseksualiseerd geweld, gedwongen zwangerschap, ontvoering, verkrachting, seksuele slavernij en gedwongen prostitutie

    Feiten:

  • Geweld tegen vrouwen in oorlogstijd is een reflectie van geweld tegen vrouwen in vredestijd. Dit kan epidemische vormen aannemen als de oorlog op de burgerbevolking gericht is en er binnen de bestaande cultuur reeds sprake is van acceptatie van geweld tegen vrouwen.
  • Met name in Afrika heeft het geweld tegen vrouwen ongekende vormen aangenomen. In de Democratische Republiek Congo zijn sinds 1998 naar schatting honderdduizenden vrouwen verkracht, verminkt en er zijn is in 2003 zelfs melding gemaakt van kannibalisme waar vooral Pygmee vrouwen het slachtoffer van waren.
  • Vrouwen worden met opzet besmet met Hiv, zwanger gemaakt om de vijand te ondermijnen en te onteren. In Rwanda zijn in 1994 tussen de 250.000 en 500.000 vrouwen verkracht.
  • In Bosnië zijn meer dan 20.000 moslim vrouwen verkracht als onderdeel van de etnische zuivering.
  • Seksuele slavernij, exploitatie en vrouwenhandel is mede als gevolg van oorlog drastisch toegenomen. Het gaat naar schatting van de VN om 4 miljoen vrouwen en meisjes per jaar.
  • Seksueel geweld en dreiging met seksueel geweld wordt gebruik om vrouwen en vrouwen activisme de mond te snoeren.
  • Geweld tegen vrouwen kan zulke vormen aannemen dat ieder aspect van het leven wordt omgeven met de dreiging van geweld. In Afghanistan hebben we gezien hoe onder dreiging en gebruik van geweld vrouwen volkomen werden geëlimineerd uit het openbare leven.


  • Wanneer je dit leest en weet dat dit slechts een topje van de ijsberg is , zou je toch zeggen dat geweld tegen vrouwen dagelijks een nieuws item moet zijn en niet alleen wanneer een mensenrechtenorganisatie ruzie krijgt met de Paus.

    © augustus 2007 Ina Dijstelberge

    12 reacties

    terug naar boven


    Tijd voor een derde feministische golf

    Ik heb het helemaal gehad met die op macht beluste mannen. Oké, wij westerse vrouwen mogen nu aan het openbare leven deelnemen, maar gecontroleerd en gequoteerd door mannen.

    De mannen hebben nog steeds de macht en eerlijk gezegd ze maken er een potje van. Mannen beginnen een ernstige bedreiging te vormen voor onze grondwettelijke vrijheden en onze vrouwelijke cultuur.

    De vrouw als lustobject, breek me de bek niet open. De man heeft ons vrouwen doen geloven dat de perfecte vrouw, maximaal maat 34, grote borsten, dikke lippen en geen rimpels heeft.En wat doen de domme ganzen, onder het mom van eigen keuze?Ze hongeren zichzelf uit en pompen zich vol met siliconen en botox.

    Wat te denken van prostituees? We legaliseren prostitutie door vergunning te verlenen aan de uitbaters. De vrouwen kunnen legaal werken, in door mannen gerunde prostitutie bedrijven. Kortom, de vrouw mag haar lichaam verkopen, maar is daarin wel afhankelijk van mannen die de etablissementen in bezit hebben? Gelegaliseerd pooierschap noem ik dat. Bedacht door mannen.

    De seksuele onbeheerstheid en machtslust van mannen. Mannen zijn verantwoordelijk voor 99% van het seksueel misbruik van vrouwen en 60% van mannen. En worden ze daar serieus voor gestraft?

    Om nog maar niet te spreken over oorlogen, die alleen in belang van de economie worden gevoerd. Mensenlevens zijn daaraan ondergeschikt.Staken we een poot uit toen Afghaanse vrouwen in een burka gedwongen werd?

    En dan de religie, het mannelijke heteroseksuele bolwerk, hier is de gelijkwaardigheid van vrouwen nog steeds ver te zoeken.Kerkleiders die seks voor het huwelijk afkeuren en die gebruik van condooms verbieden, enkel en alleen om de vrouw ‘barefooted and pregnant’ te houden.

    Kijk waar onze niet-westerse zusters onder lijden: geweld, onderdrukking, intimidatie en manipulatie etc.Wat doen we, we kijken toe, we geven commentaar, we keuren het af en steken vervolgens geen poot uit om onze zusters uit de drek te sleuren.

    En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.
    Hoe lang pikken we dit nog?
    Hoelang blijven we meelopen, meeschreeuwen, meestribbelen met die onnozele uilskuikens van mannen. We moeten de leiding uit handen van de mannen nemen, voor het te laat is.

    Hoogste tijd voor AKTIE!

    © juli 2007 Ina Dijstelberge

    118 reacties

    terug naar boven


    Wees de eerste die deze bijdrage tof vindt.
    Reageer

    Disclaimer

    Wanneer ik modereer is dat op gronden waar ik mij als beheerder van de site wettelijk moet houden. Zie ook klachtenregeling.