Stop genitale verminking
- PROLOOG
- Deel 1. Bewustwording
- Deel 2: De Veroordeling
- Deel 3: De Erkenning
- Deel 4: De Eliminatie
- VERANTWOORDING
PROLOOG.
Dit is een eerste bijdrage die ik vandaag zal plaatsen.
In het volgende delen zal ik een overzicht geven van het al dertig jaar durende gevecht tegen de verminking van de vulva van meisjes.
Deel 1. Bewustwording
Ik was negentien toen ik op de Sociale Akademie voor het eerst geconfronteerd werd met beelden van het verminken van de vulva van jonge meisjes en de gevolgen op oudere leeftijd. Dat was in 1982, het jaar waarin de VN een diepgaand onderzoek initieerde naar alle aspecten van de praktijk van de genitale verminking van vrouwen, met inbegrip van de omvang en de oorzaken van het probleem en de beste wijze waarop dit verholpen kan worden.
Eén en ander was het gevolg van de aandacht die in 1978 was gegenereerd tijdens het jaar van Kind toen de VN zich in april in een nieuwsbrief “Female Circumcision as a Health Hazard” voor het eerst vrouwenbesnijdenis openlijk benoemde.
…there are many areas in which advocacy on behalf of children needs to be stimulated. One of the lesser-known — or perhaps even unknown — areas is that of female circumcision in its several forms, which is traditionally practiced on young girls in some 26 countries. Besides the psychological aspects, the effects of genital excision, except in its mildest form, result in severe health hazards both at the time of the operation when the girl is young and later on during a woman’s child-bearing years. Infection, urinary retention, damage to the urethra, keloid formation and cysts, are only a few of the documented dangers. Infertility can also result…
Hierna zette een aantal zustersorganisaties en NGO’s het onderwerp op de agenda.
In februari 1979 hield onder de naam “Traditional Practices Affecting the Health of Women and Children”, het WHO een bijeenkomst in Khartoem, Soedan, waarbij voor het eerst Vrouwelijke genitale mutilatie als gezondheidsprobleem op internationaal niveau bediscussieerd werd.
De bijeenkomst resulteerde in vier unaniem gesteunde aanbevelingen:
- (1) het stimuleren en initiëren van duidelijk nationale beleid voor de afschaffing van vrouwenbesnijdenis,
- (2) de oprichting van nationale commissies die de activiteiten van de instanties die betrokken zijn bij de vaststelling van wetgeving en uitvoering betreffende het verbod op vrouwenbesnijdenis coördineren en monitoren;
- (3) intensivering van de algemene scholing van de bevolking, met inbegrip van het gezondheidsonderwijs op alle niveaus, met bijzondere nadruk op de gevaren en de onwenselijkheid van vrouwenbesnijdenis, en
- (4) intensivering van het onderwijsprogramma’s voor de traditionele vroedvrouwen, verloskundigen, genezers, en andere beoefenaars van de traditionele geneeskunde, om de schadelijke gevolgen van besnijdenis aan te tonen, met het oog op het verwerven van hun steun aan inspanningen voor de afschaffing van deze praktijk.
In 1979 werd ook de VN Vrouwenconventie “on the Elimination of All Forms of Discrimination Against Women” gehouden. In de slotverklaring zijn twee artikelen opgenomen die de vrouwelijke genitale mutilatie tot illegaal bestempelen.
Article 2:
States parties condemn discrimination against women in all its forms, agree to pursue by all appropriate means and without delay a policy of eliminating discrimination against women in all its forms, and to this end, undertake…
(f) To take all appropriate measures, including legislation, to modify or abolish existing laws, regulations, customs and practices which constitute discrimination against women;
Article 5(a):
States Parties shall take all appropriate measures: (a) to modify the social and cultural patterns of conduct of men and women, with a view to achieving the elimination of prejudices and customs and all other practices which are based on the idea of the inferiority or the superiority of either of the sexes or on stereotyped roles for men and women.”
Weer een jaar later werd tijdens de mid-decade conferentie van UNICEF in 1980 een persbericht uitgevaardigd waarin de aanbevelingen van de conventie in Khartoem werden onderschreven en vrouwelijke genitale mutilatie en dat de campagne hiertegen was :
“based on the belief that the best way to handle the problem is to trigger awareness through education of the public, members of the medical profession and practitioners of traditional health care with the help of local collectives and their leaders.”
In 1982 werd er door de subcommissie ter voorkoming van discriminatie en bescherming van de rechten van minderheden een oproep gedaan voor een studie naar de nadelige gevolgen van de vrouwelijke genitale mutilatie op de gezondheid van vrouwen.
Deel 2: De Veroordeling
10 jaar later.
Tijdens de 1988-sessie heeft de VN-Commissie voor de Mensenrechten een resolutie aangenomen waarin de subcommissie wordt opgedragen om de mogelijkheden voor nationale en internationale maatregelen ter bestrijding van de traditionele praktijken die schadelijk zijn voor vrouwen en kinderen, te onderzoeken. Uiteindelijk is in de subcommissie een resolutie aangenomen die verklaard dat vrouwelijke genitale mutilatie een schending van de mensenrechten is.
Ter bestrijding van de praktijken werd gekozen voor bewustwording middels educatie.
In november 1989 werd in de verklaring over de rechten van het kind een aantal punten opgenomen welke verwezen naar vrouwelijke genitale mutilatie:
“Article 24, item 3 states that “States Parties shall take all effective and appropriate measures with a view to abolishing traditional practices prejudicial to the health of children”.
Article 19 reads: “States Parties shall take all appropriate legislative, administrative, social and educational measures to protect the child from all forms of physical or mental violence, injury or abuse, neglect or negligent treatment, maltreatment or exploitation, including sexual abuse, while in the care of parent(s), legal guardian(s) or any other person who has the care of the child”.
Article 16 states that “no child shall be subjected to arbitrary or unlawful interference with his or her privacy, family, home or correspondence, nor to unlawful attacks on his or her honour and reputation”.
Article 37, paragraph (a) reads, in part: “States Parties shall ensure that: No child shall be subjected to torture, or other cruel, inhuman, or degrading treatment or punishment…”
De eerste VN Mensenrechten congres over traditionele praktijken werd in mei 1991 in Burkina Faso gehouden. Het doel van het seminar was om met voorstellen te komen m.b.t. verschillende vormen van wetgeving, onderwijs en andere maatregelen ter bestrijding van alle vormen van schadelijke traditionele praktijken waaronder Vrouwelijke genitale mutilatie. Het onderliggende probleem over de kans dat dergelijke praktijken, bij verbod, ondergronds zouden gaan voerde daarbij de boventoon.
In 1992 werd er in Londen door FORWARD een congres gehouden dat voor het eerst was gewijd aan de genitale mutilatie bij meisjes in Europa. Ook Nederland was vertegenwoordigd op deze bijeenkomst. In Nederland woedde op dat moment een hevige discussie over het al dan niet toestaan van de ‘mildste’ vorm, een prik of een sneetje in de clitoris, eventueel onder medisch toezicht, van mutilatie. Op de website van FORWARD staat dat mede door hun inmenging er uiteindelijk in 1993 een totaal verbod kwam.
In 1994 tijdens het 47ste Wereld Gezondheidsorganisatie werd de resolutie “Maternal and child health and family planning: traditional practices harmful to the health of women and children” aangenomen. Artikel 1-3 vormen de kern en stellen:
Art 1
WELCOMES the initiative taken by the Director-General in drawing international attention to these matters in relation to health and human rights in the context of a comprehensive approach to women’s health in all countries, and the policy declarations to the United Nations Special Rapporteur on traditional practices by governents in countries where female genital mutilation is practiced;
Art2
URGES all Member States: to assess the extent to which harmful traditional practices affecting the health of women and children constitute a social and public health problem in any local community or sub-group; to establish national policies and programmes that will effectively, and with legal instruments, abolish female genital mutilation, childbearing before biological and social maturity, and other harmful practices affecting the health of women and children; to collaborate with national non-governmental groups active in this field, draw upon their experience and expertise and, where such groups do not exist, encourage their establishment;
art3
REQUESTS the Director-General to strengthen WHO’s technical support to and cooperation with Member States in implimenting the measure specified above; to continue global and regional collaboration with the networks of nongovermental organizations, United Nations bodies, and other agencies and organizations concerned in order to establish national, regional and traditional practices; to mobilize additional extrabudgetary resources in order to sustain the action at national, regional and global levels.
In 1995 werd de 9e VN-conferentie over de preventie van misdaad en de behandeling van delinquenten gehouden in Caïro. Er zijn twee resoluties aangenomen:
“Children as victims and perpetrators of crime and the United Nations criminal justice programme: from standard setting towards implimentation and action” urges States, in order to eliminate violence against children, to adopt, in the absence of existing laws, initiatives, including measures to prohibit traditional practices prejudicial to the health of children, including female genital mutilation.
“Elimination of violence against women” which was initially introduced by Canada with the contribution of Turkey, also “urges Member States, in order to eliminate all forms of violence against women, to adopt, in the absence of existing laws, initiatives including measures to prevent, prohibit, eliminate and impose effective sanctions against… all practices harmful to women and girl children, including female genital mutilation”.
Ook tijdens de vierde VN wereldvrouwenconferentie in Beijing in 1995 stond Vrouwelijke genitale verminking hoog op de agenda. Uitgesproken werd dat leden zich inzetten om verminking van het vrouwelijk geslachtsorgaan te verhinderen, overal waar hiervan sprake is, en de inspanningen van niet-gouvernementele en maatschappelijke organisaties, alsmede godsdienstige instellingen, gericht op afschaffing van dergelijke praktijken, krachtig te ondersteunen.
Deel 3: De Erkenning
.
20 jaar later
In 1998 werd ik voor het eerst direct geconfronteerd met het afgrijselijke fenomeen van genitale verminking. Dit was toen ik als woonbegeleider mensen begeleidde die in afwachting van een asielstatus al wel gehuisvest waren in zelfstandige woningen in Amsterdam.
In mijn caseload bevond zich een aanzienlijk groep vrouwen en kinderen uit Soedan, Ethiopië en Somalië. Een aantal van de meisjes liepen richting de leeftijd dat besnijdenis aan de orde was. Het was mijn taak om dit onderwerp met moeders ter sprake te brengen en uit te leggen hoe wij hier in Nederland tegenaan keken.
Het was verdomde moeilijk en vaak bijna onmogelijk om dit soort gesprekken aan te gaan.
Sommige vrouwen echter waren wel bereid over het onderwerp te praten. Het waren de vrouwen die hun dochters wilde behoeden voor de traditionele gewoonte. Zij vertelde mij echter dat de sociale druk binnen de clan moeilijk of niet te weerstaan was. Of ik besnijdenissen heb weten te voorkomen kan ik niet met zekerheid stellen. Het onderwerp bespreekbaar maken is echter een eerste stap. In het laatste deel zal ik hier nog op terug komen.
In 1999 brengt de Wereld gezondheidsorganisatie het rapport: “Female Genital Mutilation .Programmes to Date: What Works and What Doesn’t”uit en wat gaat dienen als leidraad bij de bestrijding van Vrouwelijke genitale verminking.
Op 10 december 2002 wordt op initiatief van de Europese Commissie in Brussel de internationale campagne ‘STOP FGM’ gestart.
In juni 2003 vindt in Cairo de Afrikaans Arabische conferentie “Cairo Conference on Legal Tools for the Prevention of Female Genital Mutilation ” plaats.
Een maand later wordt in het Maputoprotocol m.b.t. de rechten van vrouwen in Afrika het volgende vastgelegd:
Article 5
Elimination of Harmful Practices States Parties shall prohibit and condemn all forms of harmful practices which negatively affect the human rights of women and which are contrary to recognised international standards. States Parties shall take all necessary legislative and other measures to eliminate such practices, including:
a) creation of public awareness in all sectors of society regarding harmful practices through information, formal and informal education and outreach programmes;
b) prohibition, through legislative measures backed by sanctions, of all forms of female genital mutilation, scarification, medicalisation and para-medicalisation of female genital mutilation and all other practices in order to eradicate them;
c) provision of necessary support to victims of harmful practices through basic services such as health services, legal and judicial support, emotional and psychological counselling as well as vocational training to make them self-supporting;
d) protection of women who are at risk of being subjected to harmful practices or all other forms of violence, abuse and intolerance.
2005 FORWARD stelt
“Many governments have passed laws and signed declarations stating that they support women and girls’ human rights, however, in real terms very little has been done. The rights of women and girls are enshrined by various universal and regional instruments including the Universal Declaration of Human Rights, the United Nations Convention on the Elimination of all Forms of Discrimination Against Women, the Convention on the Rights of the Child, the African Charter on Human and Peoples’ Rights and Protocol to the African Charter on Human and Peoples’ Rights on the Rights of Women in Africa. All these documents highlight the right for girls and women to live free from gender discrimination, free from torture, to live in dignity and with bodily integrity.”
Vanaf 2003 hebben steeds meer Afrikaanse landen het Maputo protocol getekend en geratificeerd. Op 25 november 2005 trad het in werking nadat vijftien landen dit gedaan hadden. Tot nu toe hebben van de 53 landen er 45 landen ondertekend en 26 landen geratificeerd. De laatste ratificaties zijn van 2008.
Deel 4: De Eliminatie.
30 jaar later.
2009
6 februari vond de zesde Internationale dag“Zero Tolerance Against Female Genital Mutilation” plaats. Hoewel er nu overal ter wereld een besef en wil is om de vrouwelijke genitale verminking uit te bannen, er in vele landen wetgeving bestaat tegen de uitvoering van een vrouwelijke besnijdenis, blijkt in de praktijk dat de afname van het aantal meisjesbesnijdenissen nog steeds bedroevend laag is.
Bovendien wordt men er, vanwege de immigratie, in het Westen in toenemende mate mee geconfronteerd. Een aantal Westerse landen hebben het verbod op de uitvoering van vrouwelijke genitale verminking bij minderjarige inmiddels aangescherpt.
Ook degene die hulp bieden bij het tot standkomen van een besnijdenis zijn strafbaar. Bovendien is er een meldingsplicht voor hulpverleners en worden jonge meisjes en meisjes die naar het buitenlamnd zijn geweest genitaal gecontroleerd.
Dit betekent dat minderjarige meisjes in bijvoorbeeld Zweden, het Verenigd Koningkrijk, Australië en Canada ook beschermt zijn wanneer ze in het buitenland een besnijdenis ondergaan.
In Nederland durft men nog niet tot een aanscherping te komen. Er wordt gemarchandeerd met één of ander vaag contract wat m.i. geen enkele zode aan de dijk zet. Nederland moet m.i. het voorbeeld van de eerder genoemde landen volgen en de wetgeving verscherpen. Daarnaast zou medische controle van kinderen tot zestien jaar op regelmatige basis plaats moeten vinden.
terug naar boven
VERANTWOORDING
.
Bronnen:
WHO ONDERZOEK
NO PEACE WITHOUT
JUSTICE
Cairo :
Anti-Maputo, pro lifeorganisatie
Lijst van landen die Maputo protocol ondertekenden en/of ratificeerden
©8 maart 2009 Ina Dijstelberge
11 reacties en 7 reacties en 2 reacties en 3 reacties en 12 reacties





Deelnemerslijst
afgrijselijk. Vraag me ook altijd af waarom het vaak vrouwen zijn die dit andere vrouwen aandoen…die moeders zijn op zijn minst medeplichtig.